Gevolgen stikstofproblematiek verschillen per bedrijf

Publicatiedatum: 11 oktober 2019

De eerste richtingen om het stikstofprobleem aan te pakken zijn bekend. Op 4 oktober vrijdag heeft minister Schouten van LNV een brief gestuurd aan de Tweede Kamer met daarin de eerste plannen voor de stikstofproblematiek. Naar aanleiding hiervan hebben de provincies beleidsregels vastgesteld. Hierdoor is vergunningverlening, onder voorwaarden, weer mogelijk vanaf 11 oktober 2019.

Duizenden boeren protesteerden half oktober bij de provinciehuizen tegen het provinciale stikstofbeleid. Vijf provincies lieten daarna weten vast te houden aan het provinciale stikstofbeleid, bij de andere provincies is beweging zichtbaar. Zij gaan in gesprek met de boeren of wachten op de nadere invulling van het landelijke beleid, waarvoor minister Schouten tot 1 december de tijd heeft gekregen. Op 4 oktober presenteerde ze haar  eerste plannen, waarbij duidelijk werd dat de gevolgen nogal verschillen per bedrijf. 


De plannen gaan over het inzetten van een drempelwaarde voor stikstofdepositie, zodat het proces van toestemmingverlening voor kleine projecten weer op gang komt. Natuurherstelmaatregelen, bronmaatregelen en ontwikkelingsruimte worden gebiedsgericht uitgewerkt. Voorbeelden van deze maatregelen zijn onder andere vrijwillige en warme sanering van veehouderijen en investeringen in innovaties. Voor de veehouderij wordt ingezet op het laten vervallen van de latente ruimte van niet-gerealiseerde stallen, voor zowel bedrijven die doorgaan als stoppen. Er vindt voor nu geen generieke korting plaats, in plaats daarvan zal in veel gevallen bij nieuwe ontwikkelingen wel afgeroomd of ingeleverd moeten worden.

Gebiedsgerichte aanpak

De oplossing ligt in een gebiedsgerichte aanpak, waarbij inzichtelijk wordt gemaakt waar natuurherstel nodig is, welke bronmaatregelen hiertoe in het gebied nodig zijn en welke ruimte er nodig is om activiteiten te ontplooien. De herkomst van stikstof verschilt namelijk per gebied, dus de aanpak om depositie te verminderen is overal anders.

Wat zijn de gevolgen in uw situatie? Dit is afhankelijk van de status van de vergunning of PAS-melding.

U heeft al gebouwd en/of gerealiseerd volgens vergunning

Er zijn geen gevolgen te verwachten wanneer uitvoering is of wordt gegeven aan de aanwezige onherroepelijke vergunningen of toestemming.

U heeft een vergunning, maar nog niet gebouwd

Onbenutte vergunde ruimte in bestaande stallen mag nog opgevuld worden. Als u de vergunning in bestaande stallen nog niet volledig hebt benut of nieuwe stallen nog moet realiseren, kan de overheid gaan handhaven en deze zogenaamde latente ruimte alsnog intrekken. Een eventuele nadere aanpak hiervoor is nog niet bekend. Hoe omgegaan wordt met bedrijven die onder de PAS vergunningsvrij waren, wordt niet gesproken. Wel wordt de mogelijkheid van een drempelwaarde voor kleine stikstofdeposities verkend.

U heeft een voormalige PAS-melding

Mogelijk worden met een algemene maatregel de eerdere PAS-meldingen toegekend, mits feitelijk gerealiseerd. De definitie van “gerealiseerd” wordt nog nader omschreven.

Bedrijven zonder toestemming

Er zijn nog altijd bedrijven die geen Wet natuurbescherming toestemming hebben, zoals de vernietigde vergunningen. Het meest aannemelijk is dat de toestemming die gold op de  aanwijsdatum van de gebieden (en onafgebroken voortgezet is geweest) leidend gaat worden.

Ontwikkelingen met intern salderen

Vergunningverlening op basis van intern salderen, dus het kunnen ontwikkelen binnen het eigen ammoniakplafond, gaat weer van start per 11 oktober 2019.

  • Indien  een nieuwe vergunning benodigd is, wordt niet meer naar het vergunde recht gekeken, maar telt de gerealiseerde stalcapaciteit binnen de vergunning. De ammoniakrechten in niet-gerealiseerde stallen komen daarmee dus te vervallen.
  • ­Als er op 4 oktober 2019 al aantoonbare stappen/investeringsverplichtingen zijn genomen voor realisatie van een uitbreiding, mag deze uitbreiding worden betrokken in de uitgangssituatie. Voor lopende aanvragen kan dat gevolgen hebben wanneer intern is gesaldeerd met niet-gebouwde stallen, waar nog geen verplichtingen voor aangegaan zijn of stappen ondernomen zijn.
  • ­Als een bedrijf niet voldoende dierrechten/fosfaatrechten heeft voor de aanwezige situatie, wordt de emissie verminderd tot de dieraantallen die volgens de dierrechten/fosfaatrechten zijn toegestaan.

Ontwikkelingen met extern salderen

Met extern salderen wordt de ammoniakruimte uitgebreid via het kopen van rechten van een ander bedrijf, als bijvoorbeeld intern salderen ontoereikend is. Precieze regels stelt het Rijk in samenspraak met provincies en gemeenten nog op. Het volgende is nu al bekend:

  • Het gaat om de feitelijk aanwezige stalcapaciteit binnen de vergunning;
  • Er komt een generiek afromingspercentage van 30% gebaseerd op emissie;
  • Gebiedsgerichte aanpak (rondom een natuurgebied) voor vraag en aanbod, in samenspraak met provincie;
  • Er komt mogelijk een koppeling tussen het intrekken van ammoniakrechten en het intrekken van dier- en/of fosfaatrechten. De bij RVO-geregistreerde dier- en/of fosfaatrechten op 4 oktober 2019 worden aangehouden als uitgangspunt. Omdat deze mogelijkheid nog niet wettelijk is vastgelegd, kan externe saldering met andere veehouderijen pas plaatsvinden als deze wetgeving is vastgesteld. Stoppende bedrijven die geen fosfaat-/dierrechten hebben (bijvoorbeeld paarden- of geitenhouderijen) kunnen al wel extern salderen als ze aan de gestelde voorwaarden voldoen;
  • Deelnemers aan warme sanering varkenshouderij en stoppersregeling kunnen geen ammoniak verkopen ten behoeve van extern salderen.

Geld voor warme sanering

Om de piekbelasters in de buurt van Natura 2000-gebieden te kunnen saneren wordt een saneringsregeling in het leven geroepen. Het ligt in lijn der verwachting dat deze vergelijkbaar is met de gepubliceerde regeling sanering varkenshouderij. Deze is vrijwillig en onder voorwaarden van sloop en met intrekking van rechten, waarbij de hoogste piekbelasters als eerste in aanmerking komt. Tegelijkertijd wil het kabinet op deze manier ook de geurbelasting en fijnstof aanpakken voor een verbeterde omgevingskwaliteit.

Bemesten en beweiden

De commissie gaat zich verder nog buigen over bemesten en beweiden en komt aan het einde van het jaar met een advies.

Uw situatie in kaart

Elke situatie is anders en vraagt om een andere aanpak. Ook al is er nu nog veel onduidelijk, schroom niet om bij vragen contact op te nemen met een van onze adviseurs.

Neem contact op met Erwin van Kessel (regio Zuid), Marian van den Berg (regio West) of Sjoerd Holkenborg (tel nr. +31 06 13 71 16 12 of via s.holkenborg@dlvadvies.nl, regio Noord en Oost).

Emissie-arm met schone vloer

In opdracht van het ministerie van LNV onderzocht directeur Jos de Groot, in samenwerking met Wageningse onderzoekers, welke maatregelen varkenshouders...

Lees verder

Ammoniakeisen MDV-13 ingetrokken

De eerder aangekondigde conceptregeling Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV) 13 is gewijzigd. De gestelde ammoniakeisen zijn voor een groot deel ingetrokken...

Lees verder

Meer nieuws

Om u beter van dienst te kunnen zijn, maakt DLV Advies gebruik van cookies. Door op "Akkoord" te klikken of door gebruik te blijven maken van deze website, gaat u akkoord met het plaatsen van deze cookies. Lees meer over hoe wij cookies gebruiken in ons Privacybeleid