Over de extensiveringsregeling
De kern van deze regeling is helder: ligt jouw bedrijf binnen 2,5 km van een stikstofgevoelig Natura 2000-overgangsgebied en wil je structureel extensiveren, dan ontvang je een jaarlijkse vergoeding per hectare. Die vergoeding is gekoppeld aan de mate waarin je de stikstofdruk verlaagt.
Daadwerkelijke aantoonbare vergoeding
De regeling is in deze tweede openstelling verder aangescherpt én verbreed. Dat zorgt voor meer duidelijkheid vooraf en betere aansluiting bij de praktijk. Een belangrijk verschil met de eerste openstelling is dat akkerbouwers nu ook kunnen deelnemen en dat de regeling nu expliciet uitgaat van daadwerkelijke en aantoonbare reductie. Elk deelnemend bedrijf kiest vooraf voor een stikstofreductieniveau van 100 of 150 kg stikstof per hectare. Daarnaast moet elk bedrijf, ten opzichte van het referentiejaar, 5% minder stikstofdierexcretie op bedrijfsniveau en 10% minder stikstofbemesting per hectare realiseren.
Bedrijfsplan
Deze doelen worden vastgelegd in een bedrijfsplan, waarin staat hoe de reductie in de praktijk wordt bereikt. Jaarlijks wordt aangetoond dat de doelen ook daadwerkelijk zijn behaald.
Voldoe je aan de doelen dan ontvang je als melkveehouder:
-
bij extensivering tot maximaal 150 kg stikstof per hectare een vergoeding van € 1.680 per hectare per jaar;
-
bij verdere extensivering tot maximaal 100 kg stikstof per hectare loopt dit op tot € 2.430 per hectare per jaar.
Nieuw in deze regeling is dat ook akkerbouwbedrijven kunnen deelnemen. Daar geldt:
-
€ 375 tot € 1.020 per hectare per jaar, afhankelijk van het bemestingsniveau;
-
wie werkt met uitsluitend middelen van de Skal-inputlijst, kan zelfs uitkomen op € 2.675 tot € 3.130 per hectare per jaar.
Samenwerken in het gebied
De regeling is bedoeld voor samenwerkingsverbanden met in ieder geval één collega-ondernemer in hetzelfde gebied of daarbuiten. Naast individuele bedrijfsplannen stellen deelnemers samen een gebiedsplan op. Hierin worden de uitdagingen in het gebied benoemd en wordt een gezamenlijke aanpak uitgewerkt. De focus ligt op stikstofreductie, maar kan worden verbreed naar thema’s als weidegang, bodemkwaliteit, biodiversiteit en landschapselementen. Ook is er binnen de regeling budget beschikbaar voor onderzoek en monitoring, bijvoorbeeld via bodemmonsters of het volgen van biodiversiteit. Dit helpt om de voortgang inzichtelijk te maken en keuzes beter te onderbouwen.
Begeleiding van 12 groepen
Deze onderzoeken zijn in de praktijk van grote waarde. In de begeleiding van de 12 groepen die DLV Advies voor de eerste openstelling ondersteunen blijkt juist het meten en volgen van resultaten essentieel. Door te werken met bodemmonsters, monitoring van biodiversiteit en het systematisch vastleggen van voortgang, krijgen de ondernemers niet alleen inzicht in wat maatregelen opleveren, maar ook houvast bij het maken van keuzes. Het helpt om plannen beter te onderbouwen, voortgang zichtbaar te maken en met vertrouwen bij te sturen waar nodig. Daarmee is onderzoek en monitoring geen verplicht nummer, maar een praktisch hulpmiddel om extensivering werkbaar en toekomstgericht in te vullen.
BEeïndigd
Deze tweede openstelling is inmiddels gesloten. De nieuwe groepen zijn gevormd.