Meerwaarde fosfaatbemesting dierlijke mest

Publicatiedatum: 27 maart 2017

Kunstmest vervangen door bewerkte dierlijke mest. In vele opzichten een duurzame gedachte; er ontstaat meer plaatsingsruimte voor dierlijke mest wat veel transportbewegingen en vooral veel geld bespaart en de akkerbouwer die de dierlijke mest aanvoert ontvangt daarmee ook organische stof. De mestwetgeving is echter nog niet zo ver, kunstmest heeft namelijk ook voordelen. Kunstmest heeft een vaste samenstelling, is makkelijk opneembaar voor de plant en kan makkelijk worden gedoseerd. Voor de mestwetgeving is bovendien van belang dat bij gebruik van kunstmest minder uitspoeling is. Willen we kunstmest dus vervangen voor dierlijke mest dan zullen we moeten aantonen dat die dierlijke mest minstens zo goed werkt.

In 2016 zijn demonstratievelden aangelegd in Lucaswolde en bij ‘Op de Es’ in Zeijen, de provincie Groningen was medefinancier in deze demonstraties van het project 'Precisiebemesting fosfaat uit dierlijke mest'. Het doel van deze demonstratie was om uit te testen of mestkorrels van dierlijke mest een goede meststof zijn voor de extra fosfaatbemesting naast de drijfmestgift.

De mestkorrels zijn gemaakt van gedroogde dikke fractie van varkensmest omdat dit een dierlijke mest is met een relatief hoog fosfaatgehalte en in grote aantallen beschikbaar is. Mestverwerking Friesland heeft deze mest gepelleteerd wat een mestkorrel oplevert met de N-P-K verhouding van 2-4-3. Met deze korrel is zowel in gras als mais op twee locaties demonstratievelden aangelegd. De percelen zijn uitgezocht op een lage fosfaatbeschikbaarheid (P-Pae kleiner dan 2) omdat gewassen op deze gronden een startgift met fosfaat goed kunnen gebruiken.

Door zachte winter geen effect in gras

Omdat veel melkveehouders er voor kiezen het gras geen extra fosfaatbemesting te geven is een standaard bemesting met 30 kuub rundveemest en Kas zwavel als referentie gekozen. Doordat de percelen een lage fosfaatbeschikbaarheid in de bodem hebben werd een positief effect op droge stof opbrengst, kVEM opbrengst en de Ruw Eiwit opbrengst verwacht.

Uit de demonstraties komt eenduidig naar voren dat het fosforgehalte van het gras behandeld met de fosfaatkorrel beduidend hoger is dan gras wat alleen bemest is met dierlijke mest. In Zeijen 8% en in Lucaswolde 13% hoger. De verwachting dat een aanvullende gift met mestkorrel meer opneembaar fosfaat voor het gras geeft wordt hiermee bevestigd. De droge stof opbrengst en de kVEM opbrengst was alleen in Zeijen hoger. In Lucaswolde was deze juist lager. De ruw eiwit opbrengst in Lucaswolde was zelfs 13% lager. Dit was een ander resultaat dan verwacht. De oorzaak van dit resultaat kan de zachte winter en de relatief hoge temperatuur in het voorjaar van 2016 zijn waardoor het gras veel minder gevoelig voor een fosfor-tekort is. Dit fenomeen was ook te zien op veel praktijkpercelen in Noord Nederland die door de natte omstandigheden voor half april geen drijfmest hadden gekregen maar waar wel een hele goede grassnede was gegroeid. In een voorjaar met een gemiddelde temperatuur en een lagere bodemtemperatuur door een koudere winter is het gemis van drijfmest doorgaans heel goed waar te nemen.

Verbetering stikstofopname door voldoende fosfaat

In snijmaïs is de mestkorrel in de rij toegepast naast bemesting met 50 m3 rundveedrijfmest en 150kg KAS zwavel breedwerpig. Dit is vergeleken met gelijke bemesting (drijfmest en KAS), maar zonder mestkorrel. Ook is een variant met gelijke bemesting en fosfaatgift via iSeed bekeken.
De dierlijke mestkorrel bleek bij toepassing in de rij bij snijmais in 2016 een meerwaarde te hebben ten opzichte van de referentie en de objecten met iSeed. 

Op beide demovelden was de opbrengst droge stof van de objecten met de dierlijke mestkorrel het hoogst. Deze was gemiddeld 3% hoger dan de referentie. Bij de zetmeelopbrengst is het beeld veel minder éénduidig. Bij het demoveld in Lucaswolde was de zetmeelopbrengst van de mestkorrel 3% hoger dan het iSeed object en 6% hoger dan de referentie. Bij het demoveld van ‘Op de Es’ in Zeijen was de zetmeelopbrengst van de referentie het hoogst maar daar was de afrijping op het moment van de oogst van de referentie veel verder gevorderd dan van de andere twee objecten. Het droge stofgehalte van de referentie was 2% hoger dan de andere twee objecten. Dit verklaart een groot deel van het verschil. Op dit demoveld was de zetmeelopbrengst van de mestkorrel 3% lager dan het iSeed object. De stikstofopbrengst van de dierlijke mestkorrel scoort gemiddeld het hoogst over beide demonstratievelden. Dit geeft een indicatie dat het geven van voldoende fosfaat de stikstofopname en benutting van de mais verbeterd.

Perspectief voor toepassing

Een gepelleteerde dierlijke mestkorrel blijkt goed te gebruiken in de huidige kunstmeststrooiers en zaaimachines met kunstmestdosering.
Deze demonstratievelden geven een indicatie dat de dierlijke mestkorrels goed gebruikt kunnen worden in de bemesting. Op melkveebedrijven waar fosfaatkunstmest geen alternatief is door de derogatie kan het gebruik van een gepelleteerde mestkorrel hogere opbrengsten geven. Zeker als de bodem in de winter en voorjaar een laag tot gemiddelde bodemtemperatuur heeft.

Om een mestkorrel daadwerkelijk kunstmest te laten vervangen is het pelleteren van mest alleen niet voldoende. Samen met MeMon werkt DLV Advies aan een mestkorrel die qua samenstelling dichter bij mineralensamenstelling van kunstmest komt: Groen fosfaat. In mais blijkt dit, op basis van 1 jaar, goed te werken. Momenteel wordt bekeken welke gewassen hiervoor nog meer kansrijk zijn. Gedacht wordt aan voedererwten, gras en pootaardappelen. 

Lage fosfaatgehaltes in Noord Nederland

In Noord Nederland zijn veel percelen met relatief lage fosfaatgehaltes. Drijfmest rijenbemesting kan een alternatief zijn voor de fosfaatbemesting op maïsland, maar op percelen met een lage draagkracht is dit slecht uitvoerbaar en niet altijd is er een rijenbemester beschikbaar in de omgeving. Daarom is er behoefte aan een alternatieve fosfaat-meststof in de rij voor mais. Op gras kan met dierlijke mest op percelen met een lage fosfaatbeschikbaarheid onvoldoende fosfaat gegeven worden. Ook hier is een aanvulling met een fosfaatmeststof die past op derogatiebedrijven welkom. De provincie Groningen ziet deze situatie ook in haar provincie en heeft een bijdrage aan deze demonstratie geleverd.

Neem voor meer informatie contact op met Albert-Jan Bos via via a.bos@dlvadvies.nl of 06 22 99 32 50.

Zesde Actieprogramma Nitraatrichtlijn: onderzaai, vanggewas en rijenbemesting

De komende jaren hebben maistelers op zand- en lössgronden nog te maken met strengere regels. Het zesde Nederlandse actieprogramma betreffende de...

Lees verder

Humuszuren verlagen dosering bestrijdingsmiddelen

DLV Advies en Vitens werken samen aan de vermindering van het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de snijmaisteelt. In 2018-2020 wordt gekeken of door...

Lees verder

Meer nieuws

Om u beter van dienst te kunnen zijn, maakt DLV Advies gebruik van cookies. Door op "Akkoord" te klikken of door gebruik te blijven maken van deze website, gaat u akkoord met het plaatsen van deze cookies. Lees meer over hoe wij cookies gebruiken in ons Privacybeleid