Aandachtspunten bouwplan 2027
Hoewel het groeiseizoen van 2027 nog ver weg lijkt, is het goed om bij het opstellen van het bouwplan alvast rekening te houden met een aantal belangrijke...
Lees verderSinds 12 juni 2026 mag RENURE officieel worden toegepast. Daarmee ontstaat een nieuwe mogelijkheid om stikstof uit dierlijke mest op te werken tot een meststof die boven de gebruiksnorm voor dierlijke mest mag worden ingezet. De productie en registratie van RENURE-installaties komt inmiddels op gang. Maar wanneer voldoet een mestproduct daadwerkelijk aan de RENURE-voorwaarden? En welke techniek zijn nodig om RENURE te produceren?
RENURE heeft het uitgangspunt dat dierlijke mest zo wordt verwerkt dat een meststof ontstaat waarvan de stikstofwerking vergelijkbaar is met die van minerale kunstmest. Het productieproces én het eindproduct moeten aan specifieke eisen voldoen. Een producent mag het product pas als RENURE afzetten nadat de productie daarvoor is geregistreerd. Op dit moment zijn er vijf mestcodes aangewezen die als RENURE kunnen worden geproduceerd:
| Mestcode | Product | Productietechniek |
| 130 | Ammoniumsulfaat | Strippen en scrubben met zwavelzuur |
| 131 | Ammoniumnitraat | Strippen en scrubben met salpeterzuur |
| 132 | Mineralenconcentraat | Omgekeerde osmose |
| 133 | Struviet | Precipitatie/kristallisatie |
| 134 | Ander ammoniumzout | Strippen en scrubben |
Voor de melkveehouderij sluiten vooral ammoniumzouten en mineralenconcentraat aan bij technieken die in Nederland al op praktijkschaal worden toegepast. Mineralenconcentraat via omgekeerde osmose en ammoniumzouten via stripping-scrubbing vormen momenteel de belangrijkste bestaande routes om stikstof uit dierlijke mest op te werken tot RENURE.
Naast de huidige toelating van RENURE onderzoekt de Europese Commissie of ook bepaalde andere kunstmestproducten uit dierlijke mest kunnen worden toegestaan. Volgens de Commissie kunnen andere meststromen efficiënter met nutriënten omgaan dan onbewerkte mest en mogelijk aan vergelijkbare kwaliteitscriteria voldoen. Welke typen digestaat hiervoor in aanmerking komen en welke minimale bewerking nodig is, wordt nog uitgewerkt. De Europese Commissie verwacht in het derde kwartaal van 2026 een eerste beoordeling te komen. DLV Advies verwacht dat ook urine uit de Lely Sphere of het CowToilet van Hanskamp hiervoor in aanmerking kunnen komen.
RENURE-productie begint meestal met een vloeibare mestfractie. Deze ontstaat door urine en feces al in de stal apart op te vangen of door drijfmest of digestaat mechanisch te scheiden. Daarbij komen vooral stikstof en kalium in de vloeibare fractie terecht, terwijl fosfaat en organische stof zich voornamelijk in de vaste fractie concentreren.
De vloeibare fractie kan vervolgens verder worden opgewerkt. Met strippen en scrubben wordt ammoniumstikstof uit de meststroom gehaald en gebonden tot bijvoorbeeld ammoniumsulfaat of ammoniumnitraat. Bij omgekeerde osmose wordt water afgescheiden met membranen, waardoor opgeloste mineralen zoals stikstof en kalium worden geconcentreerd tot mineralenconcentraat. Bij een andere techniek wordt onder andere fosfaat teruggewonnen in de vorm van struviet. Deze techniek wordt echter op zeer kleine schaal toegepast.
Vergisting en mechanische scheiding zijn daarbij niet hetzelfde als RENURE-productie. Ze kunnen wel belangrijke voorbewerkingsstappen zijn. De daadwerkelijke RENURE-stroom ontstaat pas door een toegestane verwerkingstechniek én wanneer het eindproduct aan de kwaliteitseisen voldoet. Zo moet minimaal 90 procent van het product uit minerale stikstof bestaan of een verhouding hebben van maximaal 3 tussen organische koolstof en totale stikstof. Daarnaast gelden eisen voor onder andere koper, zink en microbiologische kwaliteit. Voldoet het product aan de voorwaarden en is de productie geregistreerd of gecertificeerd, dan kan het als RENURE worden gebruikt. De stikstof heeft daarbij een werkingscoëfficiënt van 100 procent.
Om RENURE te mogen produceren en als RENURE te gebruiken of af te voeren, moet de producent kunnen aantonen dat zowel het productieproces als het eindproduct aan de voorwaarden voldoen. Op dit moment gebeurt dit via registratie bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De producent levert hiervoor informatie aan over onder andere de installatie, het productieproces, de gebruikte meststromen en analyseresultaten van het eindproduct. RVO beoordeelt de aanvraag per RENURE-product en geeft binnen zes weken na een volledige aanvraag uitsluitsel.
Naast deze individuele registratie wordt er gewerkt aan een certificeringsroute via Renugarant. Daarbij vindt de borging van onder andere de apparatuur, bemonstering, analyses en productkwaliteit plaats binnen het certificeringsschema. Een producent hoeft dan niet óók de reguliere registratieprocedure bij RVO te doorlopen. Certificering via Renugarant vormt een alternatieve route om aan te tonen dat aan de RENURE-voorwaarden wordt voldaan. Renugarant is nog niet definitief aangewezen als certificeringsschema. Het ontwerp hiervoor is in juli 2026 voor Europese beoordeling voorgelegd. Totdat het schema formeel is aangewezen, kunnen producenten gebruikmaken van de registratieroute via RVO. Ook transport van RENURE moet gebeuren via geregistreerde partijen. De producent, vervoerder en gebruiker dragen gezamenlijk verantwoordelijkheid voor de borging van de productkwaliteit.
Met de toelating van RENURE verandert ook de manier waarop naar mestverwerking wordt gekeken. Waar de focus voorheen vooraf lag op volumevermindering, mestafzet of biogasproductie, ontstaat nu een extra vraag: welke nutriënten zitten in mijn mest en welke daarvan kan ik terugwinnen als waardevol eindproduct? En hoe worden deze eindproducten ingezet op het bedrijf, wat past bij de grondsoort en het gewas?
Afhankelijk van de gekozen techniek kunnen verschillende producten worden teruggewonnen. Een vergister produceert energie. Een scheider kan fosfaat en organische stof deels van stikstof en kalium scheiden. Een stripper kan stikstof terugwinnen als ammoniumzout en omgekeerde osmose kan opgeloste mineralen concentreren. Daarmee wordt mestverwerking steeds meer mestverwaarding: niet alleen het verwerken van een mestoverschot, maar het gericht terugwinnen en opnieuw inzetten van energie en nutriënten.
Ben je benieuwd wat RENURE kan betekenen voor jouw bedrijf? Of wil je weten hoe je teruggewonnen nutriënten optimaal kunt benutten? Met een rendementsberekening mestverwaarding brengt DLV Advies de mogelijkheden voor jouw bedrijf in kaart. Je krijgt inzicht in je toekomstige mestbalans, de inzet van RENURE-producten en de financiële effecten van een installatie. Zo wordt duidelijk wat je kunt besparen op mestafzet en kunstmestaankoop en welke investering het beste aansluit bij jouw bedrijfsvoering.
Vul onderstaand formulier in en we nemen contact met je op.

Het project 'Efficiënte Mestverwaarding' wordt gefinancierd door ELFPO Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling: Europa investeert in zijn platteland.
Hoewel het groeiseizoen van 2027 nog ver weg lijkt, is het goed om bij het opstellen van het bouwplan alvast rekening te houden met een aantal belangrijke...
Lees verderVanaf 1 oktober 2026 gelden aangescherpte eisen voor het gebruik, de monitoring en het beheer van luchtwassers. De nieuwe systeembeschrijvingen van het...
Lees verder