Voor varkenshouder valt veel te halen met efficiëntie

Publicatiedatum: 22 september 2021

Uit een stal veel en kwalitatief goede vleesvarkens of biggen halen voor een hoge prijs, tegen een lage input. Dat levert voor varkenshouders onder de streep het beste resultaat. Dat uit twee dezelfde stallen niet hetzelfde rendement wordt gehaald, is mede het gevolg van inefficiëntie; op plekken in het productieproces gaan dingen niet optimaal waardoor productie achterblijft en/of te veel kosten worden gemaakt.

Twee exact dezelfde stallen maar een uiteenlopend rendement. De mate van efficiëntie in productie is daarvoor een belangrijke oorzaak. Varkenshouders hebben nogal wat knoppen om aan te draaien.

Verschillen tussen varkenshouders

Verschillen tussen bedrijven verklaart Gerben Schrijver, adviseur Mest & Mineralen bij DLV Advies, op de eerste plaats als gevolg van verschillen tussen varkenshouders. “Op de efficiënte bedrijven is er een goede structuur en planning. De regie is strak en er wordt niets aan het toeval overgelaten.” Een vakman stelt in het werk prioriteiten, ziet afwijkingen snel en neemt direct maatregelen. Dit is de basis voor een hoge productie per plaats of vierkante meter. Ook ziet hij verklarende verschillen in de bedrijfsstructuur, wat deels vastzit op historische ontwikkelingen. In het algemeen is een nieuw bedrijf efficiënter opgezet dan een locatie waar stal na stal is gebouwd en verbouwd. Dat komt terug in de arbeidsvraag, maar kan op zeugenbedrijven ook gevolgen hebben voor de optimale benutting van plaatsen. Uit eerdere onderzoeken blijkt dat schaalgrootte een bepalende factor is voor een lage arbeidsinzet.

Hoge bezettingsgraad

Een 100% efficiënt bedrijf heeft wel een keerzijde, namelijk het op het scherpst van de snede produceren. Efficiëntie bedrijven hebben een hoge bezettingsgraad van plaatsen, maar dat kan nadelig zijn voor de gezondheid en ziektedruk. Dat is zichtbaar bij het maximaliseren van de biggenproductie met meer kans op problemen in de biggenstal. Qua arbeid geeft een beperkte buffer in arbeidsaanbod wat minder kans op fouten, en kan het ook persoonlijk goed voor de mensen op het bedrijf uitpakken. “Hoge efficiëntie heeft een prijs”, illustreert Gerben.

Kengetal productieresultaat

Het in beeld brengen van de mate van efficiëntie is niet eenvoudig. Een aantal kengetallen zegt wel iets, maar vaak ontbreekt de samenhang. Een bruikbaar kengetal is afkomstig van accountantskantoor ABAB Accountants en Adviseurs, namelijk het productieresultaat per € 1.000 huisvestingswaarde. Dit is een kengetal waarmee bedrijven onderling vergelijkbaar zijn, ongeacht het concept of marktbediening. 

Volgens adviseur varkenshouderij Frank Steenbreker realiseren de circa 10% betere bedrijven gemiddeld zo’n € 150 productieresultaat per € 1.000 huisvestingswaarde. Voor toekomstbestendige gezonde bedrijven hanteert hij minimaal € 125. Een verschil van € 25 per € 1.000 huisvestingswaarde staat gelijk aan globaal € 65 per zeug of € 10 per aanwezig vleesvarken; in voerwinst, overige toegerekende kosten, arbeidskosten of benutting van de beschikbare huisvesting. Het gemiddelde bedrijf realiseert tussen de € 70 en € 80 per € 1.000 huisvestingswaarde. Dat zegt twee dingen. Steenbreker: “Dat is onvoldoende om te reserveren om huisvesting op de lange termijn te vervangen.” En het gemiddelde bedrijf benut maar een deel van het productiepotentieel. “Het niet-benutte deel is een teken van inefficiëntie in productie, opbrengstprijzen, benutting van beschikbare huisvesting en te hoge overige toegerekende kosten en arbeidskosten.”

Potentieel laten liggen

Waar deze bedrijven potentieel laten liggen is heel divers en vraagt een brede analyse van de resultaten en situatie in de stal. Kijkend naar de bedrijven met het hoogste en laagste productieresultaat vallen volgens Steenbreker wel wat zaken op; deze zijn – samen met andere adviezen – verwerkt in de twee kaders hieronder.

Hoge productie per eenheid

  • Werk aan een optimale bezetting. Bij vleesvarkens betekent dat met name een passende afleverstrategie en doordacht beleid rondom restvarkens; resulterend in een hoge bezettingsgraad. Starten met een gezond, uniform koppel biggen is belangrijk.

  • Bij zeugen gaat een optimale bezetting onder andere om de juiste hoeveelheid plaatsen per diercategorie, een optimale vervanging van zeugen en inzet van gelten en een hoge vruchtbaarheid met weinig terugkomers.

  • Houd bij een verbouwing of renovatie de ideale bedrijfsopzet voor ogen. Werk naar afdelingen die qua grootte passen bij de omvang van de productiegroepen en logisch ten opzichte van elkaar staan. Bekijk de consequenties voor de bezetting bij overschakelen op een meerwekensysteem.

  • Zoek een optimum in de productie van kilo’s vlees of biggen en de kwaliteit ervan. Verlaging van het aantal slachtbiggen levert direct geld op voor zeugenhouders.

  • Besef dat de belangrijkste factor voor het maximale resultaat de varkenshouder zelf is. Verschillen ontstaan door een combinatie van ervaring, kennis, ambitie en gevoel. Blijft ergens iets liggen, dan is actie nodig. Denk aan investeren in techniek of begeleiding op specifieke aspecten.

Passende inzet van middelen

  • Werk aan een hoge gezondheid van de varkensstapel. Dat is niet alleen positief voor de productie, maar ook voor de arbeidsinzet en benutting van voer. Het komt ook terug in de gezondheidskosten per zeug of vleesvarken. Overweeg vervanging van de zeugenstapel bij structurele gezondheidsproblemen.

  • Zorg dat in de stal alles goed op elkaar is afgestemd: het juiste type varken dat past bij het stalsysteem en het juiste type voer krijgt in een gezonde omgeving. Een optimale balans tussen groei en voerconversie is onder andere met voer en voerschema te sturen.

  • Hoe vroeger de uitval, hoe lager de kosten zijn geweest en een plaats verloren gaat. Zeugenhouders hebben een proactief en geaccepteerd euthanasiebeleid.

  • Breng de werkelijke voerbehoefte van de dieren in beeld aan de hand van meetbare gegevens in de stal. Met bijproducten of enkelvoudige grondstoffen zijn voerkosten te verlagen, maar het belangrijkste is dat het voersysteem past bij het varken, de stal en de ondernemer.

  • Bereken de hoeveelheid arbeid per zeug of vleesvarken en vergelijk deze met normen of van collega-bedrijven. Hoe verfijnder op activiteitenniveau, hoe duidelijker is waar arbeid niet efficiënt wordt ingezet.

Arbeidskosten

De onderdelen van het kengetal tot het saldo zijn via het managementsysteem beschikbaar. Externe arbeidskosten zijn uit de financiële administratie te herleiden, mogelijk aangevuld met de arbeidsureninzet van medewerkers. Arbeid van ondernemer(s) is lastiger en te waarderen op basis van het aantal fte’s. Overigens geldt volgens Steenbreker ook hier dat de ondernemer het verschil maakt. Hij noemt als voorbeeld looplijnen. “Vaak wordt daarvan de invloed op de arbeidsefficiëntie overschat. Het heeft invloed, maar de betere ondernemers doen het ook op een ouder bedrijf met minder gunstige gelegen stallen goed.” Het is een ander verhaal als door uitbreidingen en renovaties diercategorieën over het hele bedrijf versnipperd liggen. Automatisering en mechanisering nemen een stuk arbeidsbehoefte weg. Denk ook aan beweegbare kraamroosters, een spuitrobot of het automatisch verplaatsen van de beer. Verder loopt op bedrijven met een hogere gezondheid alles vlotter en gaat minder tijd verloren aan brandjes blussen.

Belang van arbeid groeit

Beheersing van de productiemiddelen is belangrijk voor een efficiënte productie. Volgens Robert Hoste, econoom varkensproductie bij Wageningen Economic Research, is vanwege de snel gestegen omvang van bedrijven, de factor arbeid in belang toegenomen. “Maar het is moeilijk om deze goed te bepalen. In de praktijk wordt arbeid deels onvoldoende gewaardeerd en geteld.” Gemiddeld is een zeugenhouder zo’n acht uur per zeug per jaar kwijt, maar Hoste ziet grote verschillen naar boven en beneden. Met inzicht in de arbeidsbesteding is te bepalen of alle arbeid op de juiste plaats zit, en waar eventueel mogelijkheden tot besparing en efficiëntieverbetering zit. Het is een even een werkje, maar is goed te doen door een tijdje de arbeidsbesteding per activiteit vast te leggen.

Potentie tot verbetering

Hoste benadrukt ook de grote variatie in andere technische en economische kengetallen, wat aangeeft dat er veel potentie is tot verbetering. Opvallend is overigens dat het verschil tussen de kop- en staartgroep niet kleiner wordt. Gezien het aantal stoppers was dat wel de verwachting. Een duidelijke reden heeft hij niet, anders dan dat bij de kleine bedrijven toch vaak vakmensen aan het roer stonden. Juist de ondernemers zijn gegroeid en behoren tot de blijvers. Werken aan een hogere efficiëntie houdt volgens hem nooit op en marktprijzen of veranderende productieomstandigheden kunnen leiden tot andere keuzes. Hoste: “Varkens houden blijft een leven lang een optimalisatieproces.”

Dit artikel is overgenomen van Boerderij.nl

Kleine ingreep, groot effect

In de provincies Friesland, Limburg, Utrecht en Drenthe voert DLV Advies het project ‘Voorkomen is beter dan genezen’ uit. Via bijeenkomsten...

Lees verder

Reductie ammoniak- en methaanemissies haalbaar in de praktijk?

In 2030 dienen in de melkveehouderij de ammoniak- en methaanemissies fors gereduceerd te zijn. Om hier aan bij te dragen werkt het project Netwerk Praktijkbedrijven,...

Lees verder

Meer nieuws

Onze adviseurs staan
voor u klaar

Om u beter van dienst te kunnen zijn, maakt DLV Advies gebruik van cookies. Door op "Akkoord" te klikken of door gebruik te blijven maken van deze website, gaat u akkoord met het plaatsen van deze cookies. Lees meer over hoe wij cookies gebruiken in ons Privacybeleid