Wat te doen met de mest?

Publicatiedatum: 31 januari 2017

Door de hoge afzetkosten van mest neemt de belangstelling voor alternatieven toe. Steeds meer veehouders, zowel pluimvee-, rundveehouders als varkenshouders nemen het heft in eigen hand en overwegen zelf mest te gaan bewerken. De technieken die hiervoor beschikbaar zijn zijn divers. 
 

Mogelijkheden zijn onder andere: 
1.    mest verwerken tot mineralenconcentraat
2.    mest scheiden en de dikke fractie afvoeren 
3.    dunne fractie indampen 
4.    mest vergisten en strippen

1. Mest verwerken tot mineralenconcentraat

Een manier om mest te verwerken tot mineralenconcentraat is middels omgekeerde osmose. In een afgesloten loods wordt mest bewerkt via een omgekeerd osmoseproces. Na voorscheiding gaat de dunne fractie door de omgekeerde osmose. Onder druk wordt het zout van het water gescheiden door middel van een membraan waar alleen water doorheen kan. Het water wordt daarna geloosd. Hiervoor moet wel ijzersulfaat aan het proces worden toegevoegd om alle fosfaat te binden aan de dikke fractie. Het mineralenconcentraat wat overblijft mag als kunstmestvervanger worden gebruikt. 
Naast mineralenconcentraat is het ook mogelijk om mest te verwerken tot Groen Fosfaat, een natuurlijke mestkorrel. Groen Fosfaat wordt gemaakt door de mest te scheiden, in te drogen en er vervolgens pallets of korrels van te maken. De afzet van deze korrels die als kunstmestvervanger kan dienen is kansrijk. Bedrijven die meedoen aan de derogatie mogen geen fosfaatkunstmest gebruiken en kunnen zo met dit natuurlijke Groen Fosfaat toch fosfaat toedienen bij bijvoorbeeld de maïsteelt. 
Beide technieken zijn alleen geschikt voor ondernemers met een goedkope warmtebron op het bedrijf, bijvoorbeeld een biogasinstallatie die minimaal 50.000 m3 mest te verwerken hebben.

2. Mest scheiden en dikke fractie afvoeren

Mest scheiden is het scheiden van drijfmest in een vloeibaar en een vast gedeelte, ook wel dunne en dikke fractie genoemd. Deze techniek kan interessant zijn voor bedrijven met een mestoverschot.
Voor het scheiden van mest zijn verschillende methoden beschikbaar. Een bekend voorbeeld zijn de mobiele decanter mestscheiders. Hiermee wordt bij veehouders op het erf de mest gescheiden. Het hangt af van de scheidingskosten per m3 ingaande mest en de gehalten in de dikke factie of dit rendabel is. 
Zelf scheiden is ook een optie. Met name voor melkveehouders die al een eigen scheider hebben voor het gebruik van gedroogde mest als boxstrooisel. Zij hebben zeer lage kosten voor het scheiden van de extra mest omdat de scheider al terug verdiend wordt met de winning van boxstrooisel. Bij het zelf scheiden kan gekozen worden voor het plaatsen van een composteringstrommel na de scheider. Daarmee is het proces gevalideerd en wordt het een exportwaardig product. Een andere manier om een exportwaardig product te maken is door het te hygiëniseren. Dit is een interessante optie bij export en wanneer een goedkope warmtebron aanwezig is. 

3. Dunne fractie van de mest indampen

Mestvocht verdampen met warmte uit stallucht is mogelijk met een speciale luchtwasser. De luchtwasser beschikt over een verdampingsunit. Na een voorscheiding kan de dunne mestfractie hiermee ingedikt worden. De verdamper gebruikt de warme lucht uit de stal om het vocht te verdampen. Deze energie gaat normaal gesproken verloren. De verdamper benut de warmte om mestvocht te verdampen. Het wasgedeelte is volledig geschieden van de mestverwerking. Hoe dunner de mest des te beter deze verdampt. Vooraf scheiden is een must, zeker omdat vaste deeltjes de sproeiers kunnen verstoppen. Een mogelijkheid is ook om de mest eerst te laten bezinken in een polyester silo. De uitgezakte dikke fractie gaan dan naar een aparte put, de dunne fractie gaat de wasser in. Flowmeters registreren alle in en uitgaande stromen. Volgens de leveranciers van deze techniek vergt het proces weinig extra energie, op en extra 1.5 kW pomp na. Wel zijn iets sterkere drukventialtoren aan te bevelen vanwege de hogere weerstand. De niet verdampte mest met vaste deeltjes en mineralen gaat retour de put in en vervolgens weer in de bezinksilo. Jan Pijnenburg, adviseur bij DLV Advies, ziet potentie in het benutten van de stalwarmte om water te verdampen en mest in te dikken. “In deze warmte zit veel energie, die gratis beschikbaar is op het bedrijf. Eén varkensplaats levert in theorie genoeg energie voor het verdampen van één kuub vocht.”

4. Monomestvergisting en strippen

Monomestvergisting gecombineerd met het strippen van stikstof is een vierde optie. In Nederland zijn een tiental monomestvergisters actief. Daarnaast zijn er een heel aantal bedrijven die bij de nieuwbouw van de stal rekening de optie voor vergisting open hebben gehouden. In het praktijknetwerk ‘Microvergisters in de praktijk’ dat DLV Advies begeleidt wordt onder andere de bemestende waarde van het digestaat en de gevolgen voor de bodem onderzocht. Daaruit blijkt dat de bemesting met digestaat niet ten koste gaat van het organisch stofgehalte van de bodem. 
Het combineren van mestvergisting met een kraker is tevens mogelijk. Hierbij wordt na scheiding van het digestaat, met behulp van een luchtwassingstechniek het ammoniakdeel van de stikstof uit de dunne fractie van het digestaat gevangen. Het spuiwater met deze ammoniakale stikstof mag als kunstmest worden toegediend en geldt niet meer als organische mest.
Door vergisting en kraken te combineren is een hoger rendement te halen aldus Harm Wientjes van DLV Advies. “Met de vergister produceer je stroom en warmte. De stroom kun je aan het net leveren. Als je ook de vrijgekomen warmte benut, levert dit een hogere SDE-toeslag op. Die warmte kun je bijvoorbeeld benutten om een woonhuis te verwarmen, maar je kunt het ook gebruiken om digestaat te verwarmen. Met het verwarmde digestaat heb je bij de kraker een hogere stikstofemissie. Daardoor heb je een betere efficiëntie van de stikstofterugwinning en dit leidt tot lagere mestkosten,” zo legt Wientjes uit. Het project JumpStart maakt ook gebruik van deze technieken en levert vanaf 150 melkkoeien een rendabele businesscase op. Wientjes: “In combinatie met het strippen van de stikstof is het rendement hoger en is vanaf 100 melkkoeien al voordeel te halen.”

Techniek moet passen bij bedrijfssituatie

Elk van bovenstaande techniek heeft zijn specifieke eisen en het is maatwerk voor de ondernemer om de beste techniek voor het bedrijf te kiezen. DLV Advies ontwikkelde een rekenmodel voor mestbewerking. Voor meer informatie over de mogelijkheden van mestbewerking op het eigen bedrijf of meer het rekenmodel neem contact op met Harm Wientjes (rundvee) 06 20 39 82 71 of Jan Pijnenburg (varkens) 06 26 54 87 88.

Blog: ''Investeren in kennis blijft noodzakelijk"

Van de agrarisch ondernemer wordt gevraagd om zich voortdurend aan te passen aan veranderende omstandigheden. Het is echter moeilijk om een goed beeld...

Lees verder

Zesde Actieprogramma Nitraatrichtlijn: onderzaai, vanggewas en rijenbemesting

De komende jaren hebben maistelers op zand- en lössgronden nog te maken met strengere regels. Het zesde Nederlandse actieprogramma betreffende de...

Lees verder

Meer nieuws

Om u beter van dienst te kunnen zijn, maakt DLV Advies gebruik van cookies. Door op "Akkoord" te klikken of door gebruik te blijven maken van deze website, gaat u akkoord met het plaatsen van deze cookies. Lees meer over hoe wij cookies gebruiken in ons Privacybeleid