Van KringloopWijzer naar een concrete route richting 2035
Het stikstofbeleid en de nieuwe emissienormen richting 2035 roepen bij veel melkveehouders dezelfde vraag op: wat betekent dit straks voor mijn bedrijf?...
Lees verderStel: je wil over een paar jaar aantonen dat jouw stal minder ammoniak uitstoot dan op papier wordt aangenomen. Of je wilt een managementmaatregel inzetten binnen je vergunning. Dan heb je gegevens nodig die laten zien wat er op jouw bedrijf daadwerkelijk gebeurt. Gegevens die je niet met terugwerkende kracht kunt verzamelen. Precies daarom is het goed over ammoniak meten na te denken. Je krijgt inzicht in de werkelijke uitstoot van je stal en bouwt een meetreeks op waarmee je later je bedrijfskeuzes en vergunningaanvraag kunt onderbouwen.
“Die onderbouwing wordt steeds belangrijker”, zegt Jeroen van Boxmeer, adviseur Vergunningen. “Als je straks wil aantonen dat een maatregel op jouw bedrijf werkt, sta je veel sterker met meetgegevens uit je eigen stal. Een onderbouwd resultaat geeft immers meer houvast dan een algemene inschatting.”
Een vaste emissiefactor vertelt wat een stal volgens de berekening uitstoot. Een meting laat zien wat er op jouw bedrijf werkelijk gebeurt. Daarbij spelen onder meer de techniek, het voer, het onderhoud, het stalklimaat en je dagelijkse management een rol. Door emissiemetingen te koppelen aan bijvoorbeeld het melkureumgetal, het rantsoen of andere bedrijfsgegevens, wordt zichtbaar welke maatregelen resultaat opleveren. Volgens Jeroen maakt juist die koppeling het verschil. “Je kunt aantonen wat er met de emissie gebeurt zodra je een maatregel toepast of je management aanpast. Daarmee stuur je gerichter en onderbouw je de keuzes voor jouw bedrijf.” Metingen over een langere periode brengen ook verschillen tussen seizoenen en bedrijfsomstandigheden in beeld. Zo ontstaat een representatieve meetreeks en heb je tijd om maatregelen te testen, te beoordelen en verder te verbeteren. Tegelijk maken de metingen zichtbaar welk effect het vakmanschap en de dagelijkse keuzes van de veehouder hebben op de emissie.
Meten is extra relevant als je tussen 1 januari 2020 en 1 januari 2025 een ontwikkeling hebt gerealiseerd met intern salderen. Denk aan een nieuwe stal, aangepaste dierenaantallen of een ander emissiearm stalsysteem. Sinds de uitspraken van de Raad van State van 18 december 2024 zijn activiteiten waarvoor onder het oude beoordelingskader geen natuurvergunning nodig was, alsnog vergunningplichtig. Voor deze situaties geldt een overgangsperiode tot 1 januari 2030. Uiterlijk op die datum moet de benodigde natuurvergunning zijn verleend; alleen vóór die datum een aanvraag indienen is dus niet voldoende.
Deze overgangsperiode geeft je tijd om je vergunning te regelen en een gedegen onderbouwing op te bouwen. Jeroen adviseert ondernemers om daar bewust gebruik van te maken. “Als je nu begint, kun je over een langere periode vaststellen wat jouw stal werkelijk uitstoot. Daarmee creëer je een steviger vertrekpunt voor je vergunningstrategie.”
Bij verschillende emissiearme stalsystemen bestaat discussie over de prestaties in de praktijk. Zo halen combiluchtwassers niet altijd het rendement waarmee ze in de regelgeving zijn opgenomen. Metingen op je eigen bedrijf laten zien hoe jouw systeem onder de aanwezige omstandigheden functioneert. Door de resultaten te koppelen aan onderhoud, instellingen en managementmaatregelen ontdek je waar verbetering mogelijk is. “Je maakt zichtbaar welke prestaties het systeem levert en welk effect aanvullende maatregelen hebben”, legt Jeroen uit. “Die informatie helpt je om gericht bij te sturen en kan van grote waarde zijn voor je vergunningaanvraag.”
Een ammoniakmeter ophangen is geen doel op zich. De waarde zit in de gegevens die je verzamelt en de beslissingen die je ermee kunt nemen. Een indicatieve meting geeft een eerste beeld van je emissie en het effect van bepaalde maatregelen. Voor een formele onderbouwing of vergunningaanvraag gelden hogere eisen. “Dan zijn de meetmethode, meetduur, betrouwbaarheid en controleerbaarheid van de gegevens belangrijk”, licht Jeroen toe.
Wij helpen je om vooraf het doel van het meettraject scherp te krijgen. Daarbij brengen we je vergunningensituatie, stalsysteem, bedrijfsvoering en toekomstplannen samen. Op basis daarvan bepalen we welk type meting bij je situatie past en welke aanvullende gegevens je moet vastleggen. Zo voorkom je dat je lange tijd meetresultaten verzamelt die later onvoldoende bruikbaar blijken. “Minstens zo belangrijk is dat we je helpen bij het interpreteren van de resultaten”, vertelt Jeroen. “We verbinden waar mogelijk de meetgegevens aan je voer, management, techniek en vergunningensituatie.” Vervolgens vertalen we de uitkomsten naar concrete keuzes. Denk aan een aanpassing in je bedrijfsvoering, aanvullend onderzoek, een technische maatregel of de voorbereiding van een vergunningaanvraag. Volgens Jeroen levert die samenhang de meeste waarde op. “Het gaat uiteindelijk om wat je met de meetgegevens doet. Door emissies, bedrijfsvoering en vergunningen bij elkaar te brengen, werk je gericht aan een oplossing die bij jouw bedrijf past. Tegelijk bouw je aan een dossier dat je later niet met terugwerkende kracht kunt samenstellen.”
Ammoniak meten is vooral interessant als je jouw werkelijke uitstoot wilt kennen, managementmaatregelen wilt onderbouwen, twijfelt aan de prestaties van je stalsysteem of vóór 2030 een natuurvergunning moet regelen na intern salderen. Door op tijd te beginnen, verzamel je gegevens over een langere periode en ontdek je welke maatregelen op jouw bedrijf werken. Wil je weten of ammoniak meten voor jouw bedrijf zinvol is? Vul onderstaand formulier in. Wij nemen contact met je op en bespreken welke aanpak bij jouw situatie past.
Het stikstofbeleid en de nieuwe emissienormen richting 2035 roepen bij veel melkveehouders dezelfde vraag op: wat betekent dit straks voor mijn bedrijf?...
Lees verderDe stikstofdiscussie duurt inmiddels zo lang dat de ontwikkeling van bedrijven steeds verder onder druk staat. Op korte termijn moet er iets gebeuren. Investeringen...
Lees verder