Ontmoet ons op de Dutch Pork & Poultry Expo
Op woensdag 14 en donderdag 15 oktober is DLV Advies aanwezig op de Dutch Pork & Poultry Expo in Hardenberg. Je vindt ons van 14.00 tot 22.00 uur in...
Lees verderDe afgelopen weken heb ik veel ondernemers gesproken over het nieuwe maatregelpakket voor landbouw, natuur en stikstof. Er heerst onrust, onbegrip en onzekerheid.
Één ding is duidelijk: wie de kabinetsbrief goed leest, ziet dat dit geen pakket is dat uitsluitend draait om stikstofreductie. Het kabinet zet een veel bredere koers uit voor de inrichting van het landelijk gebied. Stikstof, water, bodem, grondgebruik, natuur en vergunningverlening worden steeds meer met elkaar verbonden. Dat maakt de impact op agrarische bedrijven aanzienlijk groter dan veel ondernemers nu misschien beseffen.
Tegelijkertijd zie ik ook dat veel van de voorgestelde maatregelen zijn gebaseerd op modellen en toekomstscenario's. De richting is duidelijk, maar de vraag blijft of alle doelen in de praktijk ook gelijktijdig haalbaar zijn. Juist daarom is het belangrijk om niet alleen naar de ambities te kijken, maar ook naar de uitvoerbaarheid ervan.
De discussie gaat vaak over emissiereductie en vergunningen. Dat zijn belangrijke onderwerpen, maar ze vormen slechts een deel van het verhaal. Met voorstellen rondom grondgebondenheid, bufferzones langs beekdalen, maatregelen voor waterkwaliteit, beperkingen op grondwateronttrekking en de verdere ontwikkeling van Natura 2000 ontstaat een nieuw ruimtelijk perspectief voor de landbouw.
De vraag is straks niet alleen hoeveel stikstof een bedrijf uitstoot, maar ook waar het ligt, hoe de grond wordt gebruikt en welke rol het bedrijf speelt binnen zijn omgeving. Dat vraagt om een andere manier van kijken naar de toekomst van een agrarisch bedrijf.
Daarbij moeten we wel oog houden voor de stapeling van doelen. Wanneer ondernemers tegelijkertijd moeten voldoen aan normen voor stikstof, klimaat, waterkwaliteit, grondgebondenheid en biodiversiteit, ontstaat de vraag of alle opgaven in de praktijk naast elkaar realiseerbaar zijn. Die discussie verdient wat mij betreft nadrukkelijk een plek in de verdere uitwerking van het beleid.
Voor veel melkveehouders zal de voorgestelde norm voor grondgebondenheid één van de meest ingrijpende onderdelen van het pakket zijn. In combinatie met meer rustgewassen en extensiever grondgebruik ontstaat een situatie waarin samenwerking tussen melkveehouders en akkerbouwers steeds belangrijker wordt.
Tegelijkertijd zien we dat grondmobiliteit waarschijnlijk een grotere rol gaat spelen. Het kabinet reserveert miljarden euro's voor grondbanken, vrijwillige verplaatsing, kavelruil en afwaardering van landbouwgrond. Dat zijn duidelijke signalen dat de inrichting van gebieden de komende jaren daadwerkelijk gaat veranderen.
De vraag is echter wel hoe realistisch sommige normen zijn. In veel regio's werken melkveehouders al jarenlang succesvol samen met akkerbouwers. Een verdere aanscherping van grondgebondenheid vraagt dan niet alleen iets van de melkveehouder, maar ook van de beschikbaarheid van grond en de bereidheid van akkerbouwbedrijven om hun bouwplan aan te passen. Dat maakt de uitvoerbaarheid sterk afhankelijk van de regionale situatie.
Een ontwikkeling die in de publieke discussie nog onderbelicht blijft, is de nadruk op water.
Naast de stikstofopgave zet het kabinet stevig in op hydrologisch herstel, verbetering van de waterkwaliteit en gebiedsgerichte maatregelen rond beekdalen en watersystemen. Dat betekent dat steeds meer ondernemers niet met één, maar met meerdere opgaven tegelijk te maken krijgen. Juist die stapeling van regelgeving vraagt om een integrale blik op de bedrijfsontwikkeling.
Veel ondernemers vragen zich af of zij nu al actie moeten ondernemen, terwijl de wetgeving nog wordt uitgewerkt. Mijn antwoord is: neem geen overhaaste beslissingen, maar wacht ook niet af.
De exacte regels moeten de komende maanden en jaren nog worden vastgesteld. Tegelijkertijd is de richting die het kabinet kiest wel degelijk duidelijk. Juist daarom is dit het moment om de positie van jouw bedrijf goed in beeld te brengen.
Vragen die daarbij horen zijn bijvoorbeeld:
Hoe toekomstbestendig is mijn vergunning?
Past mijn bedrijf straks nog binnen de ontwikkelingen in mijn gebied?
Welke gevolgen heeft grondgebondenheid voor mijn bedrijfsvoering?
Welke investeringen blijven ook onder toekomstige regelgeving verstandig?
Welke kansen ontstaan er door samenwerking of innovatie?
Ondernemers die deze vragen nu beantwoorden, zijn straks beter voorbereid wanneer beleid daadwerkelijk wordt ingevoerd.
De afgelopen jaren hebben veel ondernemers geïnvesteerd in technieken die bijdragen aan emissiereductie. Die ontwikkeling blijft belangrijk. Tegelijkertijd zien we dat de uitdaging steeds vaker niet alleen ligt in de techniek zelf, maar ook in de erkenning en vergunningstechnische onderbouwing ervan.
Voor ammoniak zijn met voer-, management- en stalmaatregelen nog duidelijke stappen te zetten. Maar zolang innovatieve technieken niet juridisch robuust kunnen worden ingezet binnen de vergunningverlening, blijft de praktische waarde voor veel ondernemers beperkt.
De plannen van het kabinet geven meer richting dan we de afgelopen jaren hebben gezien. De komende periode zal blijken of de combinatie van alle gestelde doelen ook daadwerkelijk uitvoerbaar is op het boerenerf. Wanneer normen verder gaan dan wat de best presterende praktijkbedrijven vandaag kunnen realiseren, hoe wordt ambitie dan realiteit?
Deze column van DLV Advies directeur Harm Wientjes is in aangepaste vorm overgenomen van boerderij.nl.
Op woensdag 14 en donderdag 15 oktober is DLV Advies aanwezig op de Dutch Pork & Poultry Expo in Hardenberg. Je vindt ons van 14.00 tot 22.00 uur in...
Lees verderWaar staat mijn bedrijf als het gaat om stikstof, klimaat, bodem en biodiversiteit? Welke doelen gelden voor mijn bedrijf? Welke maatregelen kan ik nemen...
Lees verder