“De stal is vaak een grotere uitdaging dan de vergister zelf”

Publicatiedatum: 11 mei 2026

Het succes van monomestvergisting begint niet bij de installatie, maar bij de kwaliteit en afvoer van de mest. Hoe verser de mest, hoe hoger de biogasopbrengst. Juist daarin ligt bij veel melkveebedrijven de grootste uitdaging, ziet Joan van den Heuvel, projectleider Energie bij DLV Advies. “Bij bestaande stallen is de stal vaak ingewikkelder dan de vergister zelf.”

Dagverse mest levert het hoogste biogaspotentieel. Daarom draait een goed renderende mestvergister niet alleen om techniek, maar vooral om de manier waarop mest in de stal wordt opgevangen en afgevoerd. “Van belang is een dichte vloer die je kunt afschuiven of waarop je de mest kunt verzamelen met een collector”, legt Joan uit. “De mest gaat vervolgens naar een verzamelput die dagelijks wordt leeggepompt richting de vergister.” Daar wringt het vaak bij bestaande melkveestallen. Veel bedrijven werken met roostervloeren of emissiearme vloeren met mestdoorlaat en opslag onder de vloer. Die systemen zijn niet ontworpen voor dagontmesting. “Om dagverse mest goed af te voeren, moet je vaak overstappen naar een dichte vloer met schuiven of een mestrobot. Dat vraagt flinke aanpassingen aan de stal.”

Vergunningen vormen extra uitdaging

In theorie kunnen bestaande roostervloeren worden aangepast, bijvoorbeeld met rubbermatten. De ruimte onder de vloer kan daarna worden gebruikt voor opslag van digestaat of dunne fractie na mestscheiding. In de praktijk blijkt dat niet altijd eenvoudig. “Veehouders die een emissiearme vloer dichtleggen, lopen vaak vast op hun milieu- en stikstofvergunning”, zegt Joan. “Dat remt momenteel veel projecten.” Volgens hem werkt ongeveer driekwart van de Nederlandse melkveehouders met een dergelijk vloersysteem.

Aanzuren biedt alternatief voor dagontmesting

Omdat stalaanpassingen ingrijpend en kostbaar kunnen zijn, groeit ook de belangstelling voor alternatieven. Eén daarvan is het aanzuren van drijfmest in de mestput. Door de mest aan te zuren, blijft methaan langer behouden en gaat minder biogaspotentie verloren. “Uit de eerste pilots blijkt dat daar zeker potentie in zit”, aldus Joan. “Met aanzuren kun je één tot twee weken overbruggen. Je koopt als het ware tijd.” Voor bedrijven die geen dagontmesting kunnen realiseren, kan dit een oplossing zijn. Ook voor kleinere bedrijven biedt het kansen, bijvoorbeeld om aan te sluiten bij collectieve vergisting. Wel noemt Joan een belangrijk aandachtspunt: “Als je aanzuurt in de bestaande mestput, moet je wel een oplossing hebben voor de opslag van het digestaat.”

Let op het strooisel

Ook de inrichting van de stal speelt een belangrijke rol bij mestvergisting. Vooral het gebruikte strooisel heeft invloed op het proces. Zand in ligboxen veroorzaakt regelmatig problemen in vergisters. Het materiaal kan zich ophopen in de installatie, waardoor extra onderhoud nodig is en werkvolume verloren gaat. Ook de verwarming van de vergister kan daardoor minder efficiënt functioneren. Daarnaast vraagt het gebruik van kalk aandacht. “Een te hoge pH kan negatief uitwerken op het vergistingsproces”, zegt Joan. Organische materialen zoals stro of zaagsel passen juist beter binnen mestvergisting. Deze materialen vergisten mee en kunnen de biogasproductie verhogen.

Niet alleen versheid bepaalt het rendement

Niet alleen de versheid van de mest is van belang. Ook de samenstelling speelt een rol in het vergistingsproces. “In de dikke fractie van rundveedrijfmest zit de meeste biogaspotentie”, legt Joan uit. “Urine levert weinig biogas op, maar moet wel deels mee de vergister in voor een stabiel proces.” Een constante en homogene meststroom helpt bovendien om de vergister stabiel te laten draaien.

Interesse in mestvergisting neemt weer toe

Joan merkt dat de belangstelling voor mestvergisting opnieuw groeit. “Een paar jaar geleden was er veel interesse, maar dat zwakte af door een minder gunstige SDE-regeling en alle onzekerheid rondom stikstof en landbouwbeleid. Nu de SDE weer aantrekkelijker is en er langzaam meer duidelijkheid ontstaat over de richting van de sector, neemt de interesse opnieuw toe.” Volgens hem draagt mestvergisting op meerdere fronten bij aan een toekomstbestendige melkveehouderij. “Het helpt bij de energietransitie, verlaagt methaan- en ammoniakemissies en biedt mogelijkheden om mineralen regionaal beter te benutten via verdere verwerking van digestaat.” Tegelijk benadrukt hij dat niet ieder bedrijf automatisch geschikt is voor monomestvergisting. Vooral de bestaande stal en mestlogistiek bepalen in de praktijk of een project technisch en economisch haalbaar is. Wil je meer infomatie? Laat je gegevens achter en we bellen je terug.
 

Dit artikel is in aangepaste vorm overgenomen van melkveebedrijf.nl.

 

Benutting CO2 uit vergisting door lokale samenwerking veehouders en sierteeltkweker

Drie ondernemers uit de Bommelerwaard onderzoeken de mogelijkheden voor een gezamenlijk biogascluster, waarbij warmte en CO₂ lokaal tussen bedrijven worden...

Lees verder

Mestvergisting interessante optie voor gemeentelijke warmteprogramma’s

Wil je als (plattelands)gemeente concrete stappen zetten in het warmteprogramma? Kijk dan eens naar mestvergisting. Dit biedt een interessante oplossingsrichting...

Lees verder

Meer nieuwsGerelateerde innovaties