Drents stikstofbeleid wordt concreter: 30% reductie als uitgangspunt

Publicatiedatum: 23 juni 2026

Nu de provincie Drenthe het programma Toekomstgericht Landelijk Gebied Drenthe (TLGD) heeft vastgesteld en het in de loop van juni/juli wordt behandeld in de Provinciale Staten, roept dit bij veel ondernemers vragen op. Waar staat jouw bedrijf ten opzichte van de nieuwe normen? Krijg je te maken met aanvullende opgaven vanwege de ligging van je bedrijf? En welke mogelijkheden zijn er om aan de toekomstige eisen te voldoen?

Met het vaststellen van het TLGD worden de plannen voor stikstofreductie, natuurherstel en waterbeheer steeds concreter. Dat gebeurt in een periode waarin ook landelijk steeds meer duidelijk wordt over de toekomstige stikstofaanpak. De onlangs uitgelekte plannen van minister Van Essen en de stikstofbrief die op 26 juni wordt verwacht, laten zien dat wordt gestuurd op emissienormen, gebiedsgerichte opgaven en verdere reductie van ammoniakuitstoot. Het Drentse programma sluit op veel onderdelen aan bij die ontwikkeling. Voor melkveehouders is inmiddels duidelijker welke richting de provincie op wil. Voor andere sectoren volgt de verdere uitwerking de komende periode.


Nieuwe norm voor melkveehouderijen

Voor melkveebedrijven introduceert de provincie een nieuwe norm op basis van de ammoniakemissie per fosfaatrecht. Het uitgangspunt is een reductie van 30% ten opzichte van het gemiddelde van 2019. De norm voor 2035 wordt vastgesteld op 0,227 kg NH₃ per benodigde fosfaatrecht. Deze is gebaseerd op de gemiddelde ammoniakemissie per fosfaatrecht in Drenthe in 2019, deze bedraagt 0,325 kg NH3 per benodigde fosfaatrecht. Daarbij wordt gekeken naar de ammoniakemissie uit stal en mestopslag zoals deze wordt berekend in de KringloopWijzer. Veldemissies tellen hierbij niet mee. Ondernemers kunnen deze reductie realiseren via managementmaatregelen en emissie reducerende technieken.


"Met deze norm ligt er voor melkveehouders voor het eerst een concreet doel op tafel richting 2035. Dat zorgt bij sommige ondernemers ook voor onzekerheid, omdat nog niet direct duidelijk is welke maatregelen op hun bedrijf het meest effectief en economisch haalbaar zijn. Juist daarom is het belangrijk om inzicht te krijgen in je huidige situatie. Voor het ene bedrijf kan optimalisatie van voer en management al een groot deel van de opgave invullen, terwijl op een ander bedrijf investeringen in techniek of andere keuzes nodig kunnen zijn", zegt Anke Fekken, adviseur bij DLV Advies.


Extra opgave rondom Natura 2000-gebieden

Voor bedrijven binnen één kilometer van Natura 2000-gebieden gelden aanvullende reductie-eisen. De hoogte van die extra opgave verschilt per gebied. Anke: “De locatie van een bedrijf wordt hiermee steeds bepalender voor de mogelijkheden richting de toekomst. Twee vergelijkbare bedrijven kunnen straks met een heel andere opgave te maken krijgen, puur vanwege hun ligging.” Binnen deze zones is groei van bedrijfsemissies niet mogelijk. Buiten deze gebieden blijft naar verwachting meer ontwikkelruimte bestaan.

 

Intensieve veehouderij: verdere uitwerking volgt

Voor varkens- en pluimveebedrijven zet de provincie in op toepassing van Best Beschikbare Technieken (BBT). In het TLGD wordt voor nieuwe stallen uitgegaan van een emissiereductie van 85 tot 95% en voor bestaande stallen van 60 tot 75% ten opzichte van de emissie bij standaard huisvesting. Deze uitgangspunten zijn opgenomen in het programma, maar de verdere beleidsuitwerking volgt nog. Hierbij zijn de belangenbehartigers aangesloten. Daarbij wordt onder meer gekeken naar de toe te passen technieken, regels en mogelijke uitzonderingen voor biologische bedrijven en vrije-uitloopbedrijven.  "De richting is duidelijk, maar veel details moeten nog worden ingevuld. Ondernemers weten daardoor nog niet precies wat dit straks betekent voor bestaande stallen, investeringen en vergunningen", benoemt Anke.

 

Ook water, natuur en vergunningen spelen mee

Naast stikstof werkt de provincie ook aan doelen voor natuur, waterkwaliteit en waterbeheer. In verschillende gebieden, zoals de Drentsche Aa, Elperstroom, Zure Veen, Vledder Aa, Wapserveensche Aa en Oude Diep, worden aanvullende maatregelen uitgewerkt. Denk aan hydrologisch herstel, hogere waterpeilen, waterberging en natuurontwikkeling. Dat kan gevolgen hebben voor het gebruik van percelen, de bewerkbaarheid van grond en de bedrijfsvoering. Daarnaast verwacht de provincie dat vergunningverlening op zijn vroegst vanaf medio 2027 weer mogelijk wordt. "Daarom is het voor ondernemers die nadenken over ontwikkeling, bedrijfsopvolging of investeringen belangrijk om niet alleen naar de norm te kijken, maar ook naar de vergunningstechnische mogelijkheden die daarbij horen.”

 

Wat betekent dit voor jouw bedrijf?

DLV Advies volgt de ontwikkelingen rond het TLGD en vertaalt de provinciale plannen naar de praktijk. Wil je weten wat dit voor jouw bedrijf betekent? Ga hierover in gesprek met één van onze adviseurs. Samen brengen we jouw uitgangspositie en mogelijke vervolgstappen in beeld.

Van KringloopWijzer naar een concrete route richting 2035

Het stikstofbeleid en de nieuwe emissienormen richting 2035 roepen bij veel melkveehouders dezelfde vraag op: wat betekent dit straks voor mijn bedrijf?...

Lees verder

"MEER REDUCEREN, HOE DAN?" - BLOG GERBEN

De stikstofdiscussie duurt inmiddels zo lang dat de ontwikkeling van bedrijven steeds verder onder druk staat. Op korte termijn moet er iets gebeuren. Investeringen...

Lees verder

Meer nieuws