AMvB impact op (ver)bouwplannen
De eerste contouren van de AMvB dierwaardige veehouderij zijn inmiddels zichtbaar en gaan de komende jaren steeds concreter worden. Waar het voorheen...
Lees verderDaglicht in je schuur is prettig. Het voorkomt een opgesloten gevoel en de lampen hoeven niet voor elk wisselwasje aan. Maar hoe zorg je voor een prettige daglichtintreding, zonder dat de isolatiewaarde onderuit duikt? 'Om goed verspreid daglicht te krijgen in de schuur, zijn ramen of ruiten in deuren onvoldoende: het licht komt dan onvoldoende ver', vertelt Harrie Versluis, projectleider Bouw bij DLV Advies. 'Voor voldoende licht is er 10 tot 15 procent lichtplaten in het dak nodig'.
Voor voldoende licht op vloerniveau is een lichtstraat van 2,5 tot 3 meter breed in de nok van de schuur de mooiste oplossing. Deze zit hoog, waardoor licht ver de schuur in komt. Is zo'n lichtstraat niet mogelijk, dan zijn lichtplaten een alternatief. Voor voldoende licht is er 10 tot 15 procent lichtplaten in het dak nodig. Voor lichtstraten en lichtkoepels zijn verschillende materialen in de handel. Vroeger waren ze vaak van pvc. Maar daarin zitten weekmakers, die na verloop van tijd verkleuren. Daarnaast worden ze bros, waardoor ze makkelijker breken of scheuren. Eigenlijk worden ze alleen nog gebruikt omdat ze goedkoop zijn.
Een alternatief zijn polyesterplaten. Die zijn goed bestand tegen uv-licht. Daarnaast kan polyester tegen cement. Ze zijn dus te combineren met een golfplatendak. Op zich zijn polyesterplaten sterk en stijf. Toch kunnen ze bij een harde klap - zoals bij een forse hagelbui - barsten of versplinteren. Deze platen worden veel gebruikt in geïsoleerde lichtcassettes. Ze krijgen dan hetzelfde profiel en dezelfde hoogte als sandwichpanelen. De buitenste plaat wordt versterkt met glasvezelmatten en krijgt een folie. Dat maakt de plaat sterker en nog beter bestand tegen uv-licht. Let er wel op dat die platen met glasvezelmatten een iets andere kleur krijgen - ze zijn niet meer zo helder.
Het duurste, maar ook het beste materiaal is polycarbonaat. Dit is nog beter bestand tegen uv-licht. Hiervoor wordt de plaat aan de buitenzijde voorzien van een coating. Belangrijk daarbij is wel dat de goede zijde boven ligt. Als één plaat in een rij na verloop van tijd vergeelt, is de kans groot dat die plaat ondersteboven is gemonteerd. Polycarbonaat is sterker en veel minder gevoelig voor harde klappen dan de hiervoor benoemde materialen. Een hagelbui is geen punt. Let er wel op dat polycarbonaat niet tegen cement kan. Boorsel van golfplaten moet daarom goed worden verwijderd. Het materiaal is ook buigbaar, waardoor polycarbonaat geschikt is voor gebogen lichtstraten en als lichtplaat.
Lichtplaten of lichtstraten hebben bijna altijd een lagere isolatiewaarde dan hun omgeving. Hierdoor zal de binnenzijde in een vochtige omgeving als eerste condenseren. De isolatiewaarde van deze platen is niet direct vergelijkbaar met die van isolatiemateriaal. De warmteweerstand van isolatie wordt uitgedrukt als R- of Rc-waarde. Zo is de R-waarde van een 3 cm dik sandwichpaneel 1,4 m²K/W. Hoe hoger die waarde is, des te beter de plaat isoleert. Ramen en lichtdoorlatende platen krijgen een U-waarde. Deze is om te zetten naar een R-waarde: 1/U-waarde = R-waarde. Voor dezelfde isolatiewaarde als een 3 cm sandwichpaneel is dus een U-waarde nodig van 1/1,4 = 0,7 W/m²K. Hoe lager de waarde, des te beter de isolatie. Een U-waarde van 0,7 W/m²K wordt evenwel niet gemakkelijk gehaald. Een meerwandig lichtpaneel van 10 mm komt niet veel verder dan een U-waarde van 2,7 W/m²K en een paneel van 40 mm dikte komt op 1,00 W/m²K. Kortom, je hebt een heel dikke plaat nodig, om een redelijke isolatiewaarde te halen, maar dan nog isoleert die minder goed dan een sandwichpaneel.
Het dikker maken van het lichtpaneel gaat bovendien ten koste van de lichtdoorlatendheid. Een helder polycarbonaatpaneel van 10 mm heeft een lichtdoorlatendheid van 74 procent. Dat daalt naar 40 procent bij een dikte van 40 mm. Ook een opale plaat laat minder zoninstraling door: bij een plaat van 10 mm is dat nog maar 59 procent. Ook polyester laat minder licht door, omdat het vezelversterkt is. Daarnaast gaat de kwaliteit van de plaat in de loop van de tijd wat sneller achteruit doordat polyesterplaten gevoeliger zijn voor uv-licht.
Een lichtstraat zorgt voor veel licht, maar heeft wel zijn beperkingen. De maximale dikte is 16 mm. De lage isolatiewaarde leidt tot condens, dat dan bij de rand van de lichtstraat naar beneden druppelt. Die randen zijn isolatietechnisch ook het zwakste punt. Verder vraagt de montage aandacht. Bij storm ontstaat namelijk veel zuiging op de nok van de schuur, die aan de lichtplaten trekt. Als de plaatjes loskomen uit de profielen, kan de hele nok eruit waaien. Daarom is het in open gebieden zinvol om een stormstrip over de koepel te zetten, zodat de profielen strakker om de plaatjes knellen.
Vanwege die storm ontraadt Harrie het gebruik van een luchtraam in een koepel. 'Als ramen wenselijk zijn, kun je daarvoor beter speciale kasachtige nokken gebruiken'.
Een alternatief zijn lichtplaten in de gevel of het dak. In de gevel geven ze vaak een mooi effect. Er zijn inmiddels lichtplaten van polycarbonaat te koop van 20 tot 40 mm dikte. Deze zijn opgebouwd uit verschillende luchtkamers. Door die lagen is de isolatiewaarde veel hoger dan die van een lichtkoepel. Toch blijft de isolatiewaarde wel lager dan de naastliggende sandwichpanelen, waardoor er nog steeds risico is op condensatie. Verder is het belangrijk dat de lichtplaat goed wordt gemonteerd. Er kan in de kanalen van een lichtplaat, ongeacht het materiaal, condens ontstaan. De koppen moeten daarom goed zijn afgedicht. De schroefgaten moeten ruim genoeg zijn, en tegelijk ook luchtdicht worden afgesloten. Dat blijkt lastig in de praktijk, waardoor vervuiling en algen in de plaat gaan zitten.
Lichtplaten zijn flexibeler dan staal en zetten ook meer uit. Dat betekent dat de plaat in de overlap gemakkelijk kan vervormen. Een goed kitsnoer in de overlap en het afschroeven van de overlap kan dat voorkomen. Daarnaast is de maximale lengte beperkt tot 8 tot 13 meter. Ook is de maximale overspanning vaak kleiner dan die van de sandwichpanelen, waar ze tussen liggen.
Dit artikel is in aangepaste vorm overgenomen uit Landbouwmechanisatie.
Je kunt bij ons terecht voor onder andere bouwbegeleiding, ontwerp en constructie, optimalisatie van stal en erf, en advies rondom regelgeving en subsidies. Vul het onderstaande formulier in en we nemen contact met je op.
De eerste contouren van de AMvB dierwaardige veehouderij zijn inmiddels zichtbaar en gaan de komende jaren steeds concreter worden. Waar het voorheen...
Lees verderVeehouders moeten ruwvoer opslaan op een bodembeschermende voorziening en voorkomen dat perssap en vervuild hemelwater in bodem of oppervlaktewater terechtkomen....
Lees verder