Richard Pieterse (30) heeft maar één wens, en dat is melkveehouder blijven. Maar of dat ook lukt op de plek waar hij nu boert, samen met zijn moeder Liesbeth Fokker, is de vraag. De VOF Fokker zit midden in het Natura 2000-gebied Vecht en Beneden-Regge, op het landgoed Eerde. De boerderij pachten ze sinds 2005 van de vereniging Natuurmonumenten. Daarmee hebben ze dus in de bedrijfsvoering zowel te maken met de strikte regels die gelden in een Natura 2000-gebied als met de voorwaarden die Natuurmonumenten stelt als verpachter, als met de biologische randvoorwaarden. Dat hadden de melkveehouders niet kunnen bedenken, toen ze in 2005 vanuit Naarden verplaatsten naar Den Ham, op het randje van Twente en Salland. „Daar moesten we weg vanwege de natuur, we zaten vlak tegen het Naardermeer”, vertelt Liesbeth. „Toen we hierheen verhuisden, werd ons verteld dat we op deze locatie vrij konden boeren. We zouden probleemloos kunnen uitbreiden naar 100 koeien.” Dat werd echter al snel anders vanwege de natuurdoelen van Natuurmonumenten. In 2014 werd Vecht en Beneden-Regge bovendien officieel aangemerkt als N2000-gebied. Richard: „Daar liggen we middenin. Bij de voorlichtingsbijeenkomst in Ommen hebben we destijds nog gevraagd wat dat voor ons als bedrijf zou betekenen, maar dat kon niemand ons duidelijk vertellen.” Inmiddels is gebleken dat alleen de bestaande bedrijfsvoering mag worden voortgezet. Uitbreiding of wijziging is vergunningplichtig. „Daar krijg je tegenwoordig buiten een Natura 2000-gebied al bijna geen vergunning voor, laat staan er ín. Onze bedrijfsontwikkeling staat hier stil; als jonge ondernemer weet ik niet hoe de toekomst eruit gaat zien hier.”
Krappe oude stal
En dat betekent: met 67 koeien noodgedwongen doorboeren in een relatief krappe oude stal. „De jongveestal en de ligboxenstal dateren allebei uit de jaren 70; ze zijn op.” De VOF Fokker is in 2009 omgeschakeld naar biologisch. Kunstmest gebruikten ze al minimaal, en bestrijdingsmiddelen al helemaal niet, dus de stap om bio te worden was niet groot. „Eigenlijk wilden we in Naarden al biologisch worden, maar daar haalde Campina de biomelk niet op”, vertelt Liesbeth. Daarbij hebben ze altijd ingezet op het verwerven van extra grond onder het bedrijf, om voldoende zelfvoorzienend te zijn voor ruwvoer, voor plaatsingsruimte voor de eigen mest en voor eventuele toekomstige uitbreidingen. Inmiddels omvat het bedrijf 86 hectare grond, verdeeld over maar liefst 64 verschillende perceeltjes. „Dat gaat van 0,12 tot 6 hectare, en alles ertussenin”, aldus Richard. Dat is dus enorm bewerkelijk. „Ik doe eigenlijk al het landwerk zelf, want als je voor die kleine perceeltjes de loonwerker moet laten komen, kan het nooit uit”, zegt hij. „Alleen met inkuilen rijdt de loonwerker mee met een tweede wagen. En het balen persen laten we doen.” Heel veel van de percelen worden omzoomd door houtwallen en singels. Als er boomtakken over de draad het land in steken, waardoor de trekker er niet langs kan, moet Richard bij Natuurmonumenten overleggen of ze die willen wegzagen. „Die houtwallen en singels mogen wij niet als landschapselementen meetellen bij de GLB-opgave; dat geeft Natuurmonumenten zelf op. Daarom mogen wij dit zelf niet doen. Als we dit wel zouden doen, kunnen wandelaars daar melding van maken. Maar we worden wel geacht om zelf de sloten te onderhouden”, verzucht hij.
Graanteelt
Ze telen ook nog 8 hectare graan, op zes percelen. Dit moeten ze altijd laten dorsen; inkuilen als gps mag niet van Natuurmonumenten. „Dan moet je het te vroeg oogsten. Voor de wandelaars is een goudgeel graangewas namelijk mooier om te zien.” Al kunnen die voorwaarden van Natuurmonumenten ook zomaar weer veranderen, is hun ervaring. „We hebben intussen al met vijf, zes verschillende beheerders te maken gehad. Iedereen geeft er weer een eigen draai aan.” Het biologische graan wordt geleverd aan Fakkert Diervoeders. Daar betrekken ze ook de biologische brok van, en eventueel wat geplette tarwe. „Wij hebben zelf helaas geen mogelijkheden voor een graansilo hier, waarin je graan ook kunt nadrogen.” Omdat alle grond in een Natura 2000-gebied ligt, mag er geen gras worden gescheurd. Dat betekent dat er jaar in, jaar uit graan wordt geteeld op dezelfde percelen. „We wisselen het wel af. Dit jaar telen we wintertarwe, vorig jaar was het triticale en daarvoor gerst. Je mag biologisch ook niet twee jaar achter elkaar hetzelfde graangewas telen.”
Beperkingen
Zo kent de bedrijfsvoering van Liesbeth en Richard allerlei verschillende beperkingen. Ze zouden dolgraag een nieuwe melkvee- en jongveestal willen zetten, maar dat zit er niet in. Het grootste deel van het jongvee loopt daarom jaarrond buiten. Met een week of twee, drie gaan de kalveren naar ruime zespersoons iglo’s en hebben ze ook toegang tot een weitje. „Dan leren ze meteen de draad goed kennen”, aldus Richard. Het jongvee vanaf een jaar loopt buiten zolang het weer het toelaat en wordt buiten bijgevoerd. Alleen de allerjongste kalveren zitten binnen, in strohokken op de voergang bij de droge koeien. Vergunningstechnisch is er ook geen ruimte voor de bouw van een wagenberging of kapschuur; alle machinerie staat her en der verspreid over het erf. Maar de beide ondernemers zijn inmiddels niet anders gewend, ze weten niet beter of het is boeren met beperkingen. „Ieder ander zou er gek van worden, denk ik. Maar wij roeien gewoon met de riemen die we hebben. En ik heb er nog steeds wel plezier in; ik zou ook niet wat anders willen doen”, aldus de jonge melkveehouder.
Productie
De koeien produceren op basis van veel gras en een klein beetje brok jaarrond 21 à 22 liter daags, met momenteel 4,18 procent vet en 3,36 procent eiwit. Het ureum zit jaarrond gemiddeld op 17. Het melken wordt sinds 2017 gedaan door een melkrobot van DeLaval. Daarbij wordt zo veel mogelijk geweid, liefst het hele seizoen dag en nacht. Ook al moeten de koeien soms wel een kilometer van de stal weiden, de combinatie met robotmelken lukt wel. De Fleckvieh-Holstein-kruislingen zijn sterk genoeg en kunnen gemakkelijk veel lopen. Met een biologische bedrijfsvoering met 67 koeien, 20 stuks jongvee en 86 hectare grond sloten ze goed aan bij de Extensiveringsregeling, die in 2024 werd geïntroduceerd. „Onze boekhouder wees ons op deze mogelijkheid”, vertelt Richard. Een belangrijke voorwaarde is dat je deelneemt in een samenwerkingsverband. „Samen met een buurman en met ondersteuning van DLV Advies hebben we een voorlichtingsbijeenkomst georganiseerd. Inmiddels doen we met zes melkveehouders mee.” De kracht van de regeling zit voor hen niet alleen in de financiële ondersteuning, maar juist ook in de samenwerking en kennisuitwisseling. Als biologisch bedrijf brengen zij ervaring mee in het werken zonder kunstmest en een extensieve manier van boeren. Die kennis delen ze actief met de andere deelnemers. „Je merkt dat je elkaar echt verder helpt in zo’n groep”, zeggen ze. Ook tijdens de jaarlijkse bijeenkomst leveren ze een bijdrage door hun ervaringen en inzichten te delen. Op het gebied van mestplaatsing voldeden ze al grotendeels aan de voorwaarden. „We mogen nu per hectare 150 kilo stikstof uit dierlijke mest gebruiken. Daarvoor hoefden we nauwelijks iets aan te passen.” Daar staat een vergoeding tegenover van 1.680 euro per hectare. „Dat maakte deelname interessant, dus de keuze was snel gemaakt.” Liesbeth plaatst daar wel een kanttekening bij. „De vergoeding wordt gezien als inkomen, dus daar betaal je belasting over. Dat wordt nog weleens onderschat. Maar wat overblijft, is natuurlijk mooi meegenomen.”
Geen vetpot
Want met nog geen 70 melkkoeien is het biologische melkveebedrijf geen vetpot, al zijn ze wel redelijk te spreken over de melkprijs die FrieslandCampina uitkeert. Niettemin werkt Richard gemiddeld een dag of twee buitenshuis, om de boel draaiende te houden. Omdat hij thuis toch al bijna al het landwerk zelf doet, verhuurt hij zich als loonwerker aan collega’s. Ook werk in de bouw pakt hij aan, als dat voorbij komt. „En daarnaast kunnen we af en toe wat voer verkopen; we hebben zelf genoeg en hier op de leemhoudende zandgrond hebben we zelfs in droge zomers altijd gras.”
‘Liefst een nieuwe stal’
Zo kunnen ze het bedrijf draaiende houden. „Als ik de mogelijkheid had, zou ik meteen een nieuwe koeienstal zetten, voor 100, 120 koeien. Dan heb je een toekomstbestendig gezinsbedrijf. Daar zouden we met twee gezinnen van kunnen leven. Nu weet ik niet of ik hier nog dertig jaar kan doorboeren, omdat niemand bij de provincie of overheid ons kan vertellen waar we aan toe zijn, hier in het Natura 2000-gebied. Misschien dat het nieuwe kabinet straks met duidelijkheid komt.” Momenteel is er ook een gebiedsproces gaande. Dat zal op termijn meer duidelijkheid gaan verschaffen, maar dat is afwachten. Maar nog extensiever boeren dan ze nu al doen, is eigenlijk niet mogelijk. Dan komt de kwaliteit van het voer in het gedrang en daarmee op termijn de gezondheid van het vee, vrezen ze. Ze hebben nu net genoeg eigen mest om het grasland te bemesten voor de eerste snede; daarna is de put leeg. Omdat ze het grasland niet mogen vernieuwen, loopt de kwaliteit en het eiwitgehalte van het gras ook langzaam maar zeker terug. „We zitten hier met heel oud gras. Daarom telen we geen maïs; dat extra zetmeel kan ik niet rond rekenen”, aldus Richard.
Mede mogelijk gemaakt door
De extensiveringsregeling wordt gefinancierd door ELFPO Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling: Europa investeert in zijn platteland.

Dit artikel is in aangepaste vorm overgenomen van Melkvee.nl.