Eerst praten dan pas een vergunning

Publicatiedatum: 10 maart 2026

Wie tegenwoordig een omgevingsvergunning aanvraagt of een omgevingsplan wijzigt, kan er niet meer omheen: de omgeving betrekken. “De kans van slagen van een ontwikkeling wordt op deze wijze een stuk groter”, aldus Kristel Weeren, adviseur Ruimtelijke Ordening bij DLV Advies. Sinds de invoering van de Omgevingswet moet bij vrijwel iedere vergunningaanvraag worden gemotiveerd of en hoe participatie heeft plaatsgevonden. Dat gebeurt via een omgevingsdialoog, vastgelegd in een participatieverslag.

Volgens Kristel is dat voor veel initiatiefnemers nog wennen. Participatie wordt vaak gezien als iets vrijblijvends, terwijl het inmiddels een vast onderdeel is van de vergunningprocedure. “De Omgevingswet vraagt niet alleen wat je gaat bouwen of veranderen, maar ook hoe je daarbij met je omgeving bent omgegaan. Zonder participatie is een aanvraag simpelweg niet compleet.”

Participatie meer dan een formaliteit

“Een participatieverslag beschrijft hoe de omgeving is betrokken bij een initiatief”, vervolgt Kristel. “Het laat zien wat het plan is, wie als direct betrokkenen zijn aangemerkt, hoe zij zijn geïnformeerd of geraadpleegd en welke reacties dat heeft opgeleverd. Ook wordt vastgelegd wat er met die reacties is gedaan.” Daarmee is het verslag meer dan een formaliteit. Kristel ziet het als een onderbouwing richting de gemeente. “Het gaat er niet om dat iedereen het eens is met het plan. Gemeenten willen vooral zien dat je bewust hebt nagedacht over je omgeving en dat je belangen en zorgen serieus hebt meegewogen.” In de praktijk lopen omgevingsdialoog en participatieverslag in elkaar over. De dialoog is het proces, het verslag legt dat proces vast. Samen vormen ze de participatiemotivering die onderdeel is van de vergunningaanvraag en/of wijziging van het omgevingsplan.

Niet elk plan vraagt dezelfde aanpak

De Omgevingswet gaat uit van proportionaliteit. Dat betekent dat de manier waarop je participatie organiseert moet passen bij de aard en impact van het initiatief. Toch ziet Kristel dat dit in de praktijk niet altijd goed wordt ingeschat. “Soms wordt participatie te groot gemaakt, terwijl het plan daar helemaal geen aanleiding toe geeft. In andere gevallen wordt het juist onderschat, met het risico op vertraging of extra vragen van de gemeente.” Om daar beter op aan te sluiten, werkt DLV Advies met twee varianten: een basis participatieplan & omgevingsdialoog en een integraal participatieplan & omgevingsdialoog.

Basis participatieverslag: passend bij beperkte impact

De basisvariant is bedoeld voor kleinschalige ontwikkelingen met beperkte gevolgen voor de omgeving. Denk aan een kleine verbouwing of een aanpassing op het boerenerf zonder uitbreiding van bouwvlak of extra milieubelasting. “In dit soort situaties kan een initiatiefnemer de omgevingsdialoog vaak prima zelf uitvoeren”, legt Kristel uit. “Het gaat erom dat je laat zien wie direct betrokken is, dat je deze mensen informeert en dat je vastlegt of er reacties zijn gekomen. Dat hoeft niet uitgebreid, maar wel zorgvuldig en navolgbaar.” De basisvariant is daarom opgezet als een praktisch, invulbaar document. Stap voor stap wordt vastgelegd hoe de omgevingsdialoog is gevoerd, zodat het resultaat direct kan worden toegevoegd aan de vergunningaanvraag en/of wijziging van het omgevingsplan.

Integraal paricipatieverslag: maatwerk bij grotere of gevoelige plannen

Bij plannen met meer impact of gevoeligheid volstaat de basisvariant vaak niet. Denk aan grotere uitbreidingen, functiewijzigingen of ontwikkelingen waarbij meerdere belangen spelen. In die gevallen is een integrale aanpak nodig. Volgens Kristel vraagt dat om meer regie en afweging vooraf. “Bij grotere plannen is het belangrijk om goed na te denken over wie je wanneer betrekt en op welke manier. Dan is participatie geen los moment, maar een traject dat meeloopt met de planvorming.”


Zorgvuldig, proportioneel en uitlegbaar

“Of het nu groot- of kleinschalig is, beide varianten helpen de initiatiefnemer om te voldoen aan de eisen van de Omgevingswet op een manier die past bij hun plan. Participatie is geen vinkje en ook geen doel op zich. Het gaat erom dat je kunt uitleggen wat je hebt gedaan en waarom dat passend is bij je initiatief. Door vooraf de juiste vorm van omgevingsdialoog te kiezen, wordt participatie geen obstakel maar een logisch onderdeel van het proces. En dat helpt uiteindelijk niet alleen de gemeente, maar ook de initiatiefnemer zelf, want het maakt de kans van slagen een stuk groter”, besluit Kristel.

Wij helpen je verder

Heb je vragen naar aanleiding van dit artikel? Vul onderstaand formulier in en we nemen contact met je op.

"MEER REDUCEREN, HOE DAN?" - BLOG GERBEN

De stikstofdiscussie duurt inmiddels zo lang dat de ontwikkeling van bedrijven steeds verder onder druk staat. Op korte termijn moet er iets gebeuren. Investeringen...

Lees verder

Spuitzonering raakt je woonplan

Je stopt met je agrarische bedrijf, sloopt de stallen en wilt de locatie een nieuwe invulling geven. Bijvoorbeeld door de bedrijfswoning om te zetten naar...

Lees verder

Meer nieuws

Wilt u onze nieuwsbrief ontvangen?


De nieuwsbrief van DLV Advies wordt een keer per maand verstuurd met de meest interessante en actuele ontwikkelingen in de agrarische sector. Incidenteel kunt u nieuws en informatie ontvangen in een extra nieuwsbrief. Uw persoonsgegevens worden conform onze privacyverklaring verwerkt.

* verplichte velden