GLMC7: verplichte gewasrotatie en onderzaai in 2025

Publicatiedatum: 19 mei 2025

Vanaf 2023 zijn agrarisch ondernemers met minder dan 75% grasland verplicht te voldoen aan de GLMC7-regelgeving (onderdeel van het GLB) rond gewasrotatie. "Dit wordt nog weleens verward met de aparte verplichting om op zand- en lössgronden binnen vier jaar een rustgewas als hoofdteelt te telen – maar dit zijn twee verschillende regelingen", benoemt Paul Blokker, adviseur Mest & Mineralen bij DLV Advies. "Waar GLMC7 draait om gewasrotatie op bouwland, is de rustgewaseis specifiek bedoeld voor het beperken van uitspoeling op zand- en lössgrond. Ook wordt in de praktijk nog weleens gedacht dat onderzaai van bijvoorbeeld gras onder maïs ook voldoet aan deze rustgewaseis. Echter onderzaai geldt als eco-activiteit en telt niet mee als rustgewas. Wel kan onderzaai in bepaalde gevallen bijdragen aan de invulling van de GLMC7-eisen rond gewasrotatie."

De verplichte gewasrotatie vraagt om meer dan alleen aanpassing van het bouwplan. Ze vereisen doordacht perceelbeheer, nauwkeurige vastlegging van teelten en een scherp oog voor administratieve details. Voor ondernemers met percelen op zand- en lössgronden brengt dit aanvullende verplichtingen met zich mee, waaronder de eis om binnen vier jaar een rustgewas als hoofdteelt te telen.

Rustgewas als hoofdteelt

Ondernemers met percelen op zand- of lössgrond moeten tussen 2023 en 2026 minstens één keer een rustgewas als hoofdteelt telen. Gerben Schrijver, adviseur Mest & Mineralen bij DLV Advies, legt uit dat dit vooral is bedoeld om uitspoeling van nutriënten te beperken en de bodemgezondheid te bevorderen. Hij ziet in de praktijk dat deze verplichting nog regelmatig verkeerd geïnterpreteerd wordt. “Vaak wordt ten onterechte gedacht dat onderzaai van gras in maïs ook voldoet aan de rustgewaseis. Maar RVO heeft duidelijk gemaakt dat dat niet telt. Het vanggewas moet ná de oogst van de hoofdteelt worden ingezaaid, maar uiterlijk 31 augustus.”

Onderzaai en volgteelt

Onderzaai en volgteelten spelen een belangrijke rol binnen GLMC7, met name voor de jaarlijkse verplichting tot gewaswisseling. Gerben: “Een volgteelt telt mee voor de 1/3-regel, mits deze het perceel bedekt tot aan de volgende hoofdteelt. Onderzaai van gras onder bijvoorbeeld maïs kan ook als volgteelt gelden, op voorwaarde dat het gras zich na de oogst verder ontwikkelt en het perceel bedekt blijft.” Dit biedt ondernemers flexibiliteit in hun bouwplan, mits zij zorgvuldig plannen en registreren.

GLMC7 vraagt om meerjarige benadering

Paul gaat hierin mee maar geeft wel aan dat GLMC7 om een meerjarige benadering vraagt. Ondernemers doen er verstandig aan om hun bouwplan vooruit te plannen en per perceel bij te houden welke gewassen er de afgelopen jaren hebben gestaan. “We zien dat het nu echt loont om je bouwplan vier jaar vooruit te denken. Zo kun je tijdig gewassen afwisselen zonder verrast te worden door de regelgeving.” Ook waarschuwt hij dat goede registratie essentieel is. “We zien nog te vaak dat volgteelten of rustgewassen niet correct worden opgegeven in de Gecombineerde Opgave. Dan is het voor RVO niet zichtbaar dat een perceel aan de eisen voldoet, en dat kan leiden tot onterechte kortingen.”

100-dagen-maïs

Voor de verplichte rustgewas op zand- en lössgronden geldt dat ondernemers deze verplichting het beste kunnen spreiden. “Wacht niet tot het laatste jaar van de vierjarige periode maar plan je rustgewas bijvoorbeeld dit jaar al op een deel van je percelen. Een vroege hoofdteelt, zoals 100-dagen-maïs, gevolgd door een tijdige inzaai van een groenbemester, kan dan voldoen aan de eis. Let er wel op dat het vanggewas ná de oogst gezaaid is. Onderzaai telt hier niet.
Een ander aandachtspunt is het benutten van percelen die zijn vrijgesteld van rotatieplicht, zoals tijdelijk grasland of braakliggende grond. Deze tellen wél mee in de berekening van de 1/3-eis, waardoor ze strategisch ingezet kunnen worden binnen het bouwplan. Ondernemers kunnen hiermee dus slim schuiven, mits ze de voorwaarden goed toepassen”, aldus Gerben.

Vragen over bouwplan

GLMC7 betekent voor veel bedrijven een omschakeling in het denken over teeltrotatie. Maar volgens beide adviseurs hoeft dit geen nadeel te zijn. “Gewasrotatie is in de basis gewoon goed agrarisch vakmanschap. Het zorgt voor een weerbare bodem, minder ziektes en uiteindelijk ook betere opbrengsten.” Heeft u vragen of wilt u sparren over uw bouwplan? Vul onderstaand formulier in of neem direct contact op met uw adviseur. We denken graag met u mee.

Video: Wat leren praktijkproeven ons over mest, gewaskeuze en samenwerking?

Wat gebeurt er als je maïs niet bemest? Welke gewassen passen binnen een toekomstbestendig bouwplan? En waar liggen kansen wanneer melkveehouders...

Lees verder

REFARM zet volgende stap in fosforterugwinning - video

11 maanden lang draaide de pilotinstallatie van het REFARM-project op het melkveebedrijf van de familie Broekroelofs. In deze praktijkomgeving is...

Lees verder

Meer nieuws

Wilt u onze nieuwsbrief ontvangen?


De nieuwsbrief van DLV Advies wordt een keer per maand verstuurd met de meest interessante en actuele ontwikkelingen in de agrarische sector. Incidenteel kunt u nieuws en informatie ontvangen in een extra nieuwsbrief. Uw persoonsgegevens worden conform onze privacyverklaring verwerkt.

* verplichte velden