Melkveehouder Paul Blokker doet onderzoek naar financiële haalbaarheid monomestvergister

Publicatiedatum: 01 april 2026

Op zoek naar een vorm van energie opwekken naast zonnepanelen, kwamen melkveehouders Johan Neefjes en Paul Blokker uit Avenhorn (NH) uit bij een monomestvergister. Ze zijn nu op zoek naar de meest rendabele manier om een dergelijke installatie in te zetten. De vraag is of de vergister stroom en warmte moet produceren, groen gas of biogas. Het onderzoek is in volle gang.

Het haalbaarheidsonderzoek naar een tweede vorm van energie opwekken wordt uitgevoerd door DLV Advies. De provincie Noord-Holland verleent een innovatiesubsidie, waarmee het haalbaarheidsonderzoek gefinancierd wordt. Blokker en Neefjes hebben eerst gekeken naar het rendement van een kleine windmolen. Blokker vertelt dat in zijn gemeente Koggenland het plaatsen van kleine windmolens op agrarische bedrijven is toegestaan. „Maar zo’n windmolen vonden we niet interessant, omdat de investering per kWh niet rendabel is in ons geval. En voor ons formaat bedrijf hebben we er eigenlijk twee nodig, en dat mag niet van de gemeente.” Vanaf dat moment lag de focus op mest.

Warmte

Paul Blokker runt, samen met Johan en Sonja Neefjes, melkveebedrijf VOF Neefjes - Van Dam. Er wordt al energie opgewekt met zonnepanelen op de stal. De zoektocht naar een andere vorm van het opwekken van energie richt zich op de productie van biogas. Blokker vertelt dat er met een monomestvergister drie mogelijkheden zijn om energie uit mest te verwaarden. De eerste is stroom en warmte opwekken. De tweede is de productie van groen gas, om bij te mengen in het aardgasnetwerk. En de derde is de productie van biogas. Bij het opwekken van stroom komt warmte vrij. Die warmte moet je voor de SDE-subsidie benutten op het eigen bedrijf of laten benutten door derden. Op het eigen bedrijf van Blokker en Neefjes kan de warmte niet volledig benut worden. Benutting door derden is vanwege de afstand van transport, met behoud van warmte, niet interessant. Optie twee (de productie van groen gas) is rendabel vanaf de mestproductie van vierhonderd koeien. „Met ons aantal koeien valt deze optie ook af. Tenzij we mest aanvoeren en digestaat afvoeren”, constateert Blokker.

Biogas verwaarden

De derde optie, het verwaarden van biogas, lijkt goed uitvoerbaar, maar wordt nog niet gedaan „Biogas is prima te vervoeren in tanks of in flessen”, legt Blokker uit. „En die kun je makkelijk via wegvervoer naar de uiteindelijke gebruiker brengen, zoals een RMO.” Een mogelijke afnemer van het geproduceerde biogas is de nabijgelegen industriële Bakkerij Pater. „Deze bakkerij onderzoekt in deze periode of het voor hen haalbaar is om ons biogas af te nemen.” De bakkerij heeft op het bedrijf de mogelijkheid om biogas te mengen met het aardgas dat ze gebruiken. Dit kan bijdragen in de toekomstige bijmengverplichting. De vraag is of het financieel uit kan, stelt Blokker. „Wat kan en wil de bakkerij betalen voor het gas? En wat komt er technisch bij kijken? En de volgende vraag is: wat kan de mest uit de vergister, lees: digestaat, opleveren na bewerken?”
 

Overtollige mest

Blokker bekijkt het hele onderzoek gedeeltelijk vanuit een afzetperspectief. „Het gaat erom dat we ons mestoverschot goed kunnen afzetten en dat we kijken waar vraag naar is. Het idee is om een beter, of liever een interessanter product aan te bieden dan reguliere drijfmest. Dat maakt volgens mij het verschil. Je wilt interessante meststromen om in de regio af te zetten. Dus bijvoorbeeld voor de bollen-, tarwe- en pootaardappelteelt. Of wellicht voor de particulier sector, glastuinbouw of hoveniers.” De vraag is of de mest bewerkt moet worden door bijvoorbeeld een mestscheider, of dat er een andere bewerking moet plaatsvinden, of wellicht een toevoeging. Blokker stelt dat de dunne fractie, die na scheiding als restproduct uit de monomestvergister komt, snelle stikstof levert voor bijvoorbeeld graan en aardappelen. Of je levert via een dikke fractie een organische stikstof die traag vrijkomt en voor het planten van gewassen uitgereden kan worden. De melkveehouder vraagt zich af wat zijn restant mest gaat opleveren na het bewerken van digestaat. De ondernemers willen vooraf goed weten waar ze aan beginnen.

Mestscheider

Hoe moet mest bewerkt worden, om juist dát (rest)product te krijgen wat een ander niet heeft? Investeren in een mestscheider zou een optie kunnen zijn. Ook daar zitten de nodige voordelen aan. De dikke fractie kan ingezet worden als stalbedding, of als meststof met een hoog gehalte organische stof en de eerder genoemde organische stikstof die langzaam vrijkomt. Er zijn verschillende manieren om dat product op te waarderen. De dikke fractie kan op verschillende manieren bewerkt worden. Je kunt bijvoorbeeld het fosfaat scheiden. Fosfaatrijke producten zijn interessant voor de akkerbouw en tuinbouw, het soort bedrijven dat volop in de regio voorkomt. Je kunt ook inzetten op verschillende percentages organische stof. „We willen ons verdiepen in al die mogelijkheden. En kijken wat we hier in de regio het beste af kunnen zetten en waar behoefte aan is”, zegt Blokker. „En er zijn hier de nodige mogelijkheden voor die afzet.” Een bijkomend voordeel van de dikke fractie zijn de lagere kosten bij afvoer. De dunne fractie wordt dan het onderdeel met het snel opneembare deel stikstof en kan ook bewerkt worden.

Renure

Nieuwe wetgeving maakt het ook mogelijk om renure te gaan produceren uit de dunne fractie. De vraag is of dat afgezet kan worden bij andere bedrijven. De regelgeving rondom renure wordt op dit moment uitgewerkt. De Europese Commissie heeft de nieuwe wetgeving formeel aangenomen, en het lijkt erop dat de nationale invoering van de renureregels wordt verwacht rond komende zomer. De productie van renure moet gebeuren met een meststripper. Maar Blokker vindt de bedrijfszekerheid van de huidige meststrippers nog niet groot genoeg. „Met de huidige bedrijfsopzet en beschikbare arbeid hebben we onze handen al vol. En ik werk ook nog drie dagen per week bij DLV Advies. Arbeid is bij ons de beperkende factor. Dus dat extra werk, in de vorm van het verhelpen van storingen van de meststripper, kunnen we er niet bij hebben.”

Stikstof en fosfaat

De Noord-Hollander is nauwkeurig in de voorbereidende berekeningen. En hij kijkt verder dan alleen het bewerken van mest ten behoeve van energie en het omzetten van stikstof. „Wij mogen met ons bedrijf 11.000 kilogram stikstof omzetten van dierlijke mest naar kunstmestvervanger, of liever een product met snel opneembare stikstof. We zouden op die manier ongeveer 3.000 kubieke meter mest minder hoeven afvoeren. Dat is 75 procent van de huidige hoeveelheid. En daarbij komt dat we dan minder kunstmest hoeven aan te kopen.” Dat is een mooie uitkomst. Ware het niet dat het in dat geval de vraag is of het bedrijf dan met zijn hoeveelheden fosfaat niet in de knoei komt. „Als we tegen een fosfaatplafond aanlopen, moeten we alsnog afvoeren”, weet Blokker. Hij weet dat fosfaat scheiden, als het om wel of niet mest afvoeren gaat, een meerwaarde heeft.

Gastransport

Om het geproduceerde biogas te kunnen vervoeren, is Blokker in gesprek met een bedrijf dat gespecialiseerd is in verwerking en transport van biogas. Dit bedrijf heeft de middelen om te werken met gecomprimeerd gas. Het voordeel daarvan is dat de kosten van transport per kubieke meter gas flink lager worden. Het bewuste bedrijf heeft inmiddels bij de eerste veehouder een installatie staan om het gas te comprimeren op het boerenerf. Ze onderzoeken welke kosten het zuiveren, comprimeren en transporteren met zich meebrengen. De veehouder denkt dat als dit kan, de productie van biogas voor veel melkveehouders interessant kan zijn om mee aan de slag te gaan. Het is wel van belang dat bedrijven waar het gecomprimeerde gas aan geleverd wordt, mogelijkheden hebben om het biogas bij te mengen in het aardgasnetwerk.

Inzetten op één systeem

De richting die Blokker op wil, is wel duidelijk. Maar de vragen die hij heeft, zijn nog niet beantwoord. „Het is een idee, maar is het haalbaar? Dat is de vraag. We weten inmiddels wel wat de kosten zijn. Maar nog niet wat de plannen kunnen gaan opleveren, en of het allemaal rendabel is en een investering waard is.” Het bestuderen van alle opties is van belang om op termijn een goed doordachte keuze te kunnen maken. "Eén ding weet ik wel. Het moet geen mestkeuken worden. We willen maar op één manier werken. We gaan één product of combinatie van produceren in ons bedrijf invoeren. Wat dat wordt, besluiten we pas nadat we alle cijfers weten.”

 

Dit artikel is overgenomen van Agraaf.nl

Video: Wat leren praktijkproeven ons over mest, gewaskeuze en samenwerking?

Wat gebeurt er als je maïs niet bemest? Welke gewassen passen binnen een toekomstbestendig bouwplan? En waar liggen kansen wanneer melkveehouders...

Lees verder

REFARM zet volgende stap in fosforterugwinning - video

11 maanden lang draaide de pilotinstallatie van het REFARM-project op het melkveebedrijf van de familie Broekroelofs. In deze praktijkomgeving is...

Lees verder

Meer nieuwsGerelateerde innovaties

Wilt u onze nieuwsbrief ontvangen?


De nieuwsbrief van DLV Advies wordt een keer per maand verstuurd met de meest interessante en actuele ontwikkelingen in de agrarische sector. Incidenteel kunt u nieuws en informatie ontvangen in een extra nieuwsbrief. Uw persoonsgegevens worden conform onze privacyverklaring verwerkt.

* verplichte velden