Niet langer sturen op vinkje ‘regel gevolgd’

Publicatiedatum: 12 december 2025

Wie naar het huidige mest- en waterbeleid kijkt, ziet vooral middelsturing: regels over wanneer er bemest mag worden, hoeveel, met welke techniek en welke gewassen in rotatie moeten komen. Dit beleid heeft jarenlang geholpen om verliezen terug te dringen, maar volgens Harm Wientjes, directeur bij DLV Advies, en Gerard Ros, onderzoeker aan Wageningen University en NMI, is duidelijk dat nóg strengere generieke regels de laatste meters niet meer gaan maken.

Tijdens het webinar ‘Doelsturing en bodem, georganiseerd door Praktijkaanpak Emissiearme Veehouderij, schoven beide heren aan tafel en bogen zich over een prikkelende vraag: hoe krijgen we de waterkwaliteit en bodembeheer op orde, zónder boeren klem te zetten in nóg meer generieke regels?

Waarom het generieke beleid vastloopt

In 2027 moet Nederland voldoen aan de Europese waterkwaliteitsdoelen. De Kaderrichtlijn Water laat weinig ruimte voor uitstel: als de doelen niet worden gehaald, volgt een verslechteringsverbod. Ook zijn nitraatgehaltes in het grondwater in grote delen van Nederland nog boven de nitraatnorm. Eerdere evaluaties van het mestbeleid als ook de huidige praktijk laten zien dat generieke regels minder tot niet effectief meer zijn. Zo neemt het graslandareaal op zandgronden af, terwijl gras juist efficiënt met stikstof omgaat. Diepwortelende gewassen die veel stikstof kunnen opnemen, worden door bouwplanverplichtingen minder aantrekkelijk. Boeren wijken daardoor uit naar hoogsalderende gewassen, met alle risico’s van dien. Kalenderlandbouw houdt geen rekening met de invloed van het weer. “De generieke normen hebben hun werk gedaan,” zegt Gerard. “Maar wat nu nog nodig is, lukt niet meer met één regel die overal geldt.” Daarom verschuift de discussie steeds meer richting doelsturing: niet sturen op middelen, maar op inzet of resultaten. Niet op het vinkje ‘regel gevolgd’, maar op de vraag hoeveel stikstof achterblijft in de bodem, wat uitspoelt naar het grondwater en wat dat betekent voor sloten en beken.

Twee sleutels uit het stikstofdossier

Jurist Harm Borgers ontwikkelde in de context van het ammoniakdossier een denkkader met twee sleutels, dat in het webinar werd toegepast op waterkwaliteit. De eerste sleutel draait om emissiemanagement op bedrijfsniveau: de ondernemer heeft zicht op zijn eigen emissies en kan dat onderbouwen via management, techniek en data. De tweede sleutel ligt bij de overheid, die verantwoordelijk is voor de milieugebruiksruimte en daarmee voor het emissieplafond van het gebied. Harm licht toe: “Boeren hebben invloed op hun bouwplan, bemesting, bodemmanagement en slotenbeheer. De overheid bepaalt de doelen voor de sloten, beken en kanalen waar meerdere percelen op uitkomen. Juist die combinatie, verantwoordelijkheid waar die hoort, maakt doelsturing mogelijk. In het bijzonder voor het grondwater.”

Sturen op stikstofbodemoverschot

Een centraal element in doelsturing voor grondwaterkwaliteit is het stikstofbodemoverschot: de stikstof die wordt aangevoerd maar niet door het gewas wordt opgenomen. Wat niet in de plant gaat, komt uiteindelijk in lucht of water terecht. Boeren kunnen dat overschot sturen via hun bouwplan, bemestingsstrategie, timing en techniek van toedienen, gewas- en rassenkeuze en bodembeheer. Gerard benadrukt dat stikstof meerdere opgaven tegelijk raakt: klimaat (lachgas), natuur (ammoniak), water (nitraat) en bodemvruchtbaarheid. “Beleid zou die opgaven in samenhang moeten benaderen, in plaats van ieder jaar nieuwe deelmaatregelen. Door het sturen op een gewenst bodemoverschot worden meerdere doelen tegelijkertijd gerealiseerd, terwijl boeren de vrijheid hebben om dit doel op een eigen manier te realiseren.”

Meten in de bodem: residu als spiegel van management

Binnen de Praktijkaanpak worden percelen bemonsterd op drie dieptes: 0–30, 30–60 en 60–90 centimeter om het stikstofresidu in kaart te brengen. Dat wil zeggen de hoeveelheid nitraat die na de oogst van de hoofdteelt nog in het perceel aanwezig is. Die driedeling is essentieel, zegt Harm: “Het residu vertelt veel over het gevoerde management als ook het risico op uitspoeling. Vooral stikstof die in het najaar in de diepste laag zit, komt met grote waarschijnlijkheid in het grondwater terecht.” De metingen geven boeren directe feedback op het afgelopen seizoen, laten verschillen zien tussen percelen en vormen een praktisch startpunt voor het gesprek: waar gaat het goed en waar zit het lek? Omdat metingen momentopnames zijn, pleiten beide experts voor een meerjarig gemiddelde, uitgevoerd door een onafhankelijke partij, zodat pieken en dalen worden uitgevlakt.

Modellen en metingen

Metingen geven inzicht in wat er feitelijk in de bodem gebeurt, maar rekenen blijft nodig om het grotere plaatje te begrijpen. Instrumenten zoals de KringloopWijzer en de Biodiversiteitsmonitor maken hier al gebruik van en bieden structuur in de data en zijn voor veel boeren waardevolle managementinstrumenten. Tegelijkertijd sluiten modeluitkomsten niet altijd aan op de beleving op het erf, wat kan leiden tot twijfel over de betrouwbaarheid. Maar ook nitraatmetingen laten grote variatie zien binnen en tussen percelen zelfs bij gelijk management. Een gecombineerde aanpak, waarin meten en rekenen elkaar versterken, biedt hierin uitkomt. De berekening van het stikstofbodemoverschot, een optelsom van aanvoer en afvoer, vormt de stabiele basis op bedrijfsniveau om inzicht te krijgen in risico’s en oplossingsmogelijkheden. Bodemmetingen brengen de realiteit op perceelniveau in beeld. Extra inspanning in data, registratie en metingen zou boeren bovendien meer beleidsruimte moeten opleveren zodra de doelen voor grondwaterkwaliteit worden gerealiseerd.

Grondwater, oppervlaktewater en gebiedsgericht werken

Die koppeling tussen berekening en werkelijkheid is nodig om verder te kunnen kijken dan het perceel alleen. Grond- en oppervlaktewater reageren namelijk anders op stikstof. Bij grondwater is het verband helder: stikstof die een gewas niet opneemt, zakt uit en leidt vooral op zandgronden tot hogere nitraatwaarden. Hier kunnen boeren met bouwplan, bemesting en bodembeheer veel sturen. Bij oppervlaktewater ligt dat complexer. De kwaliteit van sloten en beken hangt niet alleen af van nutriënten, maar ook van doorstroming, diepte, verbindingen met andere wateren, temperatuur, beheer van oevers en sloten en zelfs van exoten zoals kreeften. Boeren hebben invloed op een deel van die factoren, maar niet op alles. Voor oppervlaktewater is daarom een gebiedsgerichte aanpak noodzakelijk, waarin boeren, waterschappen, provincies en andere partijen samen optrekken. En deze aanpak is meer gericht op het nemen van de goede maatregelen dan het meten en realiseren van een stikstofgehalte in de sloot.

Waardering en beloning

Waardering blijkt een belangrijk thema. De afschaffing van derogatie en nieuwe aanscherpingen hebben het vertrouwen van veel boeren beschadigd. Zeker omdat de gebruiksnormen op zuidelijk zand steeds verder gaan afwijken van wat landbouwkundig nodig is voor veel gewassen. Nog meer generieke regels helpen dat niet herstellen. Harm schetst een oplossingsrichting, dat boeren met aantoonbaar beter bodem- en waterbeheer extra ruimte krijgen. “Geen ingewikkelde subsidiestelsels, maar een directe koppeling: je doet iets voor het gebied, en je krijgt iets terug.” Naast financiële middelen is beleidsruimte minstens zo belangrijk: vrijheid in bouwplan, speelruimte in bemesting en vertrouwen in eigen keuzes. Goede waterzorg is óók goed ondernemerschap, mits beleid daarin meebeweegt.

Doelsturing als uitnodiging

Doelsturing is geen wondermiddel, maar wel een uitnodiging. Een uitnodiging aan boeren om hun vakmanschap ten volle in te zetten en aan overheid en keten om te denken in resultaten, ruimte en samenwerking. “Voor je het weet is het 2027. We komen dichterbij als we boeren werkelijk in positie brengen om te sturen op hun eigen emissies, als we leren van metingen, als we belonen wie vooroploopt en als we laten zien: dit is wat we doen,” zegt Harm. “Dan wordt doelsturing geen beleidswoord, maar een werkwoord op het erf.”

Neem contact met ons op

Aandachtspunten bouwplan 2027

Hoewel het groeiseizoen van 2027 nog ver weg lijkt, is het goed om bij het opstellen van het bouwplan alvast rekening te houden met een aantal belangrijke...

Lees verder

RENURE als nieuwe stap in mestverwaarding

Sinds 12 juni 2026 mag RENURE officieel worden toegepast. Daarmee ontstaat een nieuwe mogelijkheid om stikstof uit dierlijke mest op te werken tot een...

Lees verder

Meer nieuws

Onze adviseurs staan
voor u klaar

Wilt u onze nieuwsbrief ontvangen?


De nieuwsbrief van DLV Advies wordt een keer per maand verstuurd met de meest interessante en actuele ontwikkelingen in de agrarische sector. Incidenteel kunt u nieuws en informatie ontvangen in een extra nieuwsbrief. Uw persoonsgegevens worden conform onze privacyverklaring verwerkt.

* verplichte velden