Noord-Zuid Limburg

In Noord- en Zuid-Limburg werken drie melkveehouders samen aan het extensiveren van hun bedrijfsvoering in en rond stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. De bedrijven liggen verspreid over een gebied met hoge natuurwaarden, waaronder Maasduinen, Geleenbeekdal en het Geuldal. De groep kenmerkt zich door een combinatie van gangbare en biologische bedrijven, waarbij extensivering geen nieuwe stap is, maar een verdere doorontwikkeling van bestaande duurzame praktijken. Binnen het project wordt gewerkt aan een lagere stikstofdruk, verbetering van waterkwaliteit en versterking van biodiversiteit. Door samenwerking en gerichte maatregelen ontstaat inzicht in hoe extensivering in de praktijk kan worden toegepast, ook binnen verschillende bedrijfstypen.

Startpositie Noord-Zuid Limburg (2024)

In 2024 startte de extensiveringsgroep Noord-Zuid Limburg met drie melkveehouders die hun bedrijven runnen in een gebied waar landbouw en natuur nauw met elkaar verweven zijn. De bedrijven liggen verspreid over Noord- en Zuid-Limburg, in de directe nabijheid van meerdere stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zoals het Geuldal, de Maasduinen en het Geleenbeekdal. Deze ligging maakt dat de invloed van de bedrijfsvoering direct merkbaar is op de omliggende natuur, en daarmee ook dat de noodzaak tot verandering duidelijk aanwezig is.

Gezamenlijk beheren de bedrijven circa 364 hectare landbouwgrond. Ongeveer twee derde van deze grond ligt binnen één kilometer van een Natura 2000-gebied, terwijl het volledige areaal zich binnen een straal van 2,5 kilometer bevindt. Daarmee opereren alle bedrijven in een zone waar stikstofreductie en natuurinclusief werken centraal staan.

De groep bestaat uit een mix van gangbare en biologische bedrijven. Eén van de bedrijven werkt al volledig biologisch en zonder kunstmest, terwijl de andere bedrijven al stappen hebben gezet richting extensivering, bijvoorbeeld door het toepassen van kruidenrijk grasland, het aanpassen van bemesting en het ontwikkelen van neventakken zoals een boerderijwinkel of camping. In totaal omvat de groep ongeveer 300 melkkoeien, verdeeld over bedrijven met ieder hun eigen strategie en ontwikkelrichting.

Bij de start van het project lag de stikstofdierexcretie gemiddeld rond de 125 tot 130 kg per hectare. Daarmee bevonden de bedrijven zich al onder de wettelijke norm, maar was er nog ruimte voor verdere optimalisatie richting een meer extensieve bedrijfsvoering. De verschillen tussen de bedrijven waren relatief beperkt, wat laat zien dat de groep bij aanvang al een vrij vergelijkbaar uitgangspunt had.

De startpositie van Noord-Zuid Limburg wordt daarmee gekenmerkt door een relatief sterke basis: de bedrijven waren al bezig met verduurzaming en extensivering, maar zochten binnen het project naar verdere verfijning. De opgave ligt minder in een grote systeemverandering en meer in het stap voor stap verbeteren van de balans tussen productie, bodem, water en natuur.

 

Doel 2028

De groep werkt toe naar:

  • maximaal 150 kg stikstofdierexcretie per hectare

  • geen gebruik van stikstofkunstmest

  • lagere mestplaatsingsruimte (170 → 150 kg N/ha)

  • verdere extensivering via:

    • minder vee

    • meer grond

    • efficiënter gebruik van nutriënten
       

Daarnaast:

  • uitbreiding kruidenrijk grasland

  • verbetering bodem en waterkwaliteit

  • versterking biodiversiteit

 

 

Over het gebied

De bedrijven liggen in een gebied met meerdere stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden:

  • Maasduinen

  • Geleenbeekdal

  • Geuldal

  • Sint Jansberg

  • De Bruuk
     

Deze gebieden zijn gevoelig voor:

  • stikstofdepositie

  • uitspoeling naar grond- en oppervlaktewater

Door extensivering wordt gewerkt aan:

  • lagere ammoniakemissie

  • betere waterkwaliteit

  • herstel van biodiversiteit

 

Resultaten tot nu toe (1,5 jaar)

De eerste resultaten laten een geleidelijke maar consistente ontwikkeling zien:

1. Verlaging stikstofdruk

  • daling richting 120 kg N/ha gemiddeld

2. Minder bemesting

  • verlaging van mestplaatsingsruimte (170 → 150)

3. Behoud en uitbreiding duurzame maatregelen

  • kruidenrijk grasland
  • grasklaver
  • hagen en landschapselementen

4. Minder afhankelijkheid van kunstmest

  • volledig afwezig bij biologisch bedrijf
  • sterke afname bij overige bedrijven

5. Optimalisatie in plaats van systeemverandering

  • bedrijven waren al relatief extensief
  • voortgang zit vooral in verfijning

De groep richt zich niet enkel op beleid maar ook op zichtbare gedrachtsverandering.

 

Onze adviseurs ondersteunen extensiveringsgroep Zuid-Limburg

Met het uitwerken van concrete stappen per bedrijf om stikstofreductie te realiseren. Het volgen van de voortgang en het uitvoeren van evaluaties. Het delen van ervaringen en inzichten tussen de deelnemende groepen en met het organiseren van een goede samenwerking tussen ondernemers en betrokken partijen.

Over de extensiveringsregeling
Deelnemende groepen
In het nieuws
Meest gestelde vragen

Mede mogelijk gemaakt door

 De extensiveringsregeling wordt gefinancieerd door ELFPO Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling: Europa investeert in zijn platteland.