Zuidelijke IJsselvallei

In de Zuidelijke IJsselvallei werken melkveehouders samen aan de transitie naar een meer natuurinclusieve en extensieve landbouw. De bedrijven liggen verspreid langs de IJssel en in de overgangszone tussen rivier, landgoederen en de Veluwe. De kracht van deze groep zit in de diversiteit: van biologische bedrijven tot gangbare bedrijven in omschakeling, gecombineerd met neventakken zoals boerderijwinkels, zuivelverwerking, educatie en natuurbeheer. Veel bedrijven hebben al stappen gezet richting extensivering en kringlooplandbouw. Binnen het project wordt deze ontwikkeling versneld door gezamenlijk te sturen op lagere stikstofdruk, minder externe inputs en een betere balans tussen landbouw en natuur. Samenwerking speelt hierin een centrale rol, zowel voor kennisdeling als voor het realiseren van impact op gebiedsniveau.

Startpositie van de Zuidelijke IJsselvallei (2024)

In 2024 startte het samenwerkingsverband Zuidelijke IJsselvallei met een groep van circa vijftien melkveehouders, verspreid over het gebied langs de IJssel en de overgangszones richting de Veluwe en de landgoederen rondom Brummen. Gezamenlijk beheren deze bedrijven ongeveer 1.330 hectare landbouwgrond. Kenmerkend voor de groep is dat alle bedrijven zich bevinden binnen de directe invloedssfeer van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, vaak binnen een straal van 1 tot 2,5 kilometer. Daarmee opereren zij in een gebied waar landbouw en natuur sterk met elkaar verweven zijn en waar de druk op stikstofreductie groot is. De groep laat bij de start een grote diversiteit zien in bedrijfsvoering en ontwikkelstadium. Binnen het samenwerkingsverband zijn zowel biologische bedrijven als gangbare bedrijven aanwezig, waarvan een deel al stappen zet richting omschakeling. Ook de schaal varieert sterk: van kleinschalige, extensieve bedrijven tot grotere melkveebedrijven met een intensiever uitgangspunt. In totaal omvat de groep naar schatting circa 1.400 melkkoeien, verdeeld over bedrijven met uiteenlopende strategieën en toekomstperspectieven.

Bij de start van het project ligt de gemiddelde stikstofdierexcretie relatief hoog, rond de 170 tot 180 kg stikstof per hectare, met een brede bandbreedte tussen bedrijven van ongeveer 136 tot 236 kg N/ha. Dit laat zien dat sommige bedrijven al relatief extensief opereren, terwijl andere nog een duidelijke omslag moeten maken. Tegelijkertijd zijn veel ondernemers al actief met maatregelen die passen binnen extensivering, zoals het toepassen van kruidenrijk grasland, deelname aan agrarisch natuurbeheer en het verminderen van externe inputs. Wat deze groep onderscheidt, is dat extensivering niet volledig nieuw is, maar voortbouwt op bestaande ontwikkelingen binnen de bedrijven. De startpositie wordt gekenmerkt door een combinatie van ervaring, variatie en urgentie: ervaring met duurzame landbouwpraktijken, variatie tussen bedrijven en een duidelijke noodzaak om stappen te zetten richting een lagere stikstofdruk en een toekomstbestendige bedrijfsvoering.

Doel 2028

De gezamenlijke ambitie:

  • maximaal 100 of 150 kg stikstofdierexcretie per hectare

  • geen gebruik van stikstofkunstmest

  • verdere extensivering van veedichtheid

  • groei in:

    • kruidenrijk grasland:

    • veel bedrijven zetten in op klaver, kruidenmengsels en ANLb

    • biodiversiteit

    • natuurbeheer

Daarnaast:

  • meer gesloten kringlopen

  • meer eigen krachtvoerproductie

  • versterking van:

    • verdienmodellen (korte ketens, verwerking)

    • relatie met omgeving

De groep richt zich niet enkel op beleid maar ook op zichtbare gedrachtsverandering.

 

Over het gebied

De Zuidelijke IJsselvallei is een overgangsgebied tussen:

  • de Veluwe (droge natuur)

  • de IJsseluiterwaarden (natte natuur)

  • landgoederen (cultuurlandschap)

Dit zorgt voor een complex systeem met:

  • sterke invloed van water (overstromingen, kwel)

  • hoge natuurwaarden

  • grote stikstofgevoeligheid

Belangrijke Natura 2000-gebieden:

  • Veluwe

  • Rijntakken

  • Landgoederen Brummen

De opgaven in het gebied zijn breed:

  • stikstofreductie

  • waterkwaliteit (KRW)

  • klimaatadaptatie

  • biodiversiteit

 

 

 

 

Resultaten tot nu toe

1. Duidelijke beweging naar extensivering

  • meerdere bedrijven verminderen veestapel

  • uitbreiding grond waar mogelijk

2. Sterke afname kunstmestgebruik

  • veel bedrijven volledig gestopt

3. Verbetering bodem en ruwvoer

  • inzet op:

    • klaver

    • kruidenrijk grasland

    • eigen eiwitproductie

4. Brede ontwikkeling richting natuurinclusief

  • meer:
    • akkerranden
    • landschapselementen
    • ANLb

5. Economische verbreding

  • zuivelverwerking

  • korte ketens

  • educatie

 

Onze adviseurs ondersteunen extensiveringsgroep de Zuidelijke IJsselvallei

Met het uitwerken van concrete stappen per bedrijf om stikstofreductie te realiseren. Het volgen van de voortgang en het uitvoeren van evaluaties. Het delen van ervaringen en inzichten tussen de deelnemende groepen en met het organiseren van een goede samenwerking tussen ondernemers en betrokken partijen.

Over de extensiveringsregeling
Deelnemende groepen
In het nieuws
Meest gestelde vragen

Mede mogelijk gemaakt door

 De extensiveringsregeling wordt gefinancieerd door ELFPO Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling: Europa investeert in zijn platteland.