Investering monovergister laten renderen

Publicatiedatum: 02 januari 2018

Ondanks de 130 miljoen euro subsidiegeld voor het Jumpstart-project is investeren in een monomestvergister nog niet echt interessant. Dat wordt het pas wanneer naast de elektriciteitsopwekking de vrijkomende warmte wordt benut en het digestaat goed kan worden verwerkt en afgezet. Aanpassingen in de regelgeving zijn daarvoor nodig. Adviseur rundvee Ap van der Bas bevestigd dit tegenover Melkvee.

Monomestvergistingsinstallaties

Jumpstart is opgericht door Fries|andCampina. De zuivelaar wil met de installatie van monomestvergistingsinstallaties op de erven van melkveehouders een bijdrage leveren aan de vermindering van de CO2-uitstoot en de doelstellingen van een klimaatneutrale groei in 2020. Hiervoor is maar liefst 130 miljoen euro SDE+-subsidie (Stimulering Duurzame Energieproductie) binnengesleept. Via een speciale 12 jaar durende leaseconstructie kunnen de veehouders in een installatie investeren. In eerste instantie komen de melkveehouders, die op het moment van toekenning (aspirant-)|id zijn van Jumpstart, in aanmerking voor de beschikbare SDE+-subsidie. De overige SDE+-subsidies worden toegekend op volgorde van inschrijving.

Verminderen uitstoot broeikasgassen

Monomestvergisting draagt op twee manieren bij aan de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen: enerzijds door het reduceren van de methaanuitstoot en anderzijds door het opwekken van groene energie. Bij monomestvergisting wordt rundveedrijfmest zo snel mogelijk vanuit de stal naar een verwarmde vergistingstank gepompt. De vergistingstank is afgesloten van de buitenlucht, wordt op de juiste temperatuur gehouden en regelmatig geroerd. Zo ontstaat een optimale omgeving voor bacteriën, waarin uit de makkelijk afbreekbare organische stof in de mest biogas geproduceerd wordt. Het methaangas dat daarbij vrijkomt, wordt omgezet in energie. In de vergiste mest (digestaat) blijven in principe alle nutriënten/mineralen en de bestendige organische stof van de mest beschikbaar. Het grote voordeel van mono-mestvergisting ten opzichte van co-mestvergisting is het werken met bedrijfseigen middelen. Hierdoor ontstaat een gesloten concept en dat maakt de veehouder niet afhankelijk van prijsschommelingen van co-producten. Daar staat tegenover dat de biogasopbrengst per ton input aanzienlijk lager is dan bij co-mestvergisting, waardoor de productie veel lager ligt en daarmee ook de inkomsten lager zijn.

Systemen

Er wordt gewerkt met verschillende typen monomestvergistingsinstallaties die enerzijds aansluiten bij de omvang van het bedrijf en anderzijds ook het behalen van de weidegangdoelstellingen mogelijk maken. Om de melkveehouders de zekerheid te bieden dat de installaties conform technische en economische verwachtingen presteren, wordt per type eerst met een beperkt aantal ervaring opgedaan. Elke installatie bestaat uit een vergistingstank en een zeecontainer waarin de warmtekrachtkoppeling (WKK) en de bijbehorende techniek is ingebouwd. De grootte van de vergistingstank is afhankelijk van de hoeveelheid rundveedrijfmest op het bedrijf en de optimale procesomstandigheden. De diameter van de installaties is 11 tot 19 meter. Boven op elke tank is een kleine biogasbuffer om schommelingen in biogasproductie op te vangen. De hoogte van de tank met het gasdak is 7 tot 12 meter. Vanuit de vergister wordt het biogas direct naar de procescontainer gebracht. In de container wordt het biogas omgezet naar elektriciteit en warmte of naar groen gas.

Rendement

Bij DLV Advies is Ap van der Bas als rundvee adviseur betrokken bij het monovergisten. Hij erkent dat het gebruik van een monovergister uitsluitend voor elektriciteitsproductie op dit moment nog oninteressant is. “Wil je een dergelijke investering van toch minimaal 200.000 euro enigszins laten renderen, dan moetje naast de stroomopwekking ook beschikken over een goede afzet van de restwarmte." De optie om het vrijkomende biogas op te waarderen tot de aardgasnorm is alleen weggelegd voor bedrijven met minimaal 300 koeien. “Een doorsnee melkveebedrijf haalt momenteel een marginaal rendement op een dergelijke investering", signaleert Van der Bas. Volgens hem wordt het voor veel veehouders pas echt interessant als de mestvergisting met elektriciteitsopwekking en economisch gebruik van de vrijkomende warmte is te combineren met een goede verwerking en afzet van het digestaat. “Door de mineralen uit de dunne fractie als kunstmest te mogen aanwenden en de dikke fractie na verhitting met de restwarmte exportwaardig te maken. Dat is echt een ideaalbeeld en dan is er sprake van een circulaire economie."

lnvesteringsbehoeften

De belangstelling bij veehouders in monomestvergisting, al dan niet via de coöperatie Jumpstart, is momenteel nog minimaal. Dit bevreemdt Ap van der Bas niet. “De komende investeringen in fosfaatrechten staan hoger op het lijstje. Veel FrieslandCampina-leden ervaren dit bovendien als de zoveelste impopulaire maatregel waarmee hun coöperatie op de proppen komt. Verder leeft het CO2-vraagstuk nog niet onder veehouders. Mogelijk verandert dit bij een toekomstige handel in CO2-rechten." De huidige subsidie trekt niet veel veehouders over de streep. Van der Bas: “Deze is in vergelijking met België marginaal. Door een veel interessantere subsidie loont een monomestvergister bij onze zuiderburen veel sneller."

Prijskaartje

Een prijskaartje hangen aan de diverse systemen is heel moeilijk. De uiteindelijke investering hangt, naast de omvang/capaciteit van de installatie, voor een groot deel af van de bedrijfsspecifieke situatie. Daarbij speelt de aanwezigheid en de capaciteit van nutsvoorzieningen die de overtollige groene energie kunnen afnemen ook een grote rol. De meeste leveranciers leveren systemen in diverse vermogens-/prijsklassen. Kleinere systemen zijn beschikbaar vanaf circa 150.000 euro tot 200.000 euro en grotere installaties gaan richting de 600.000 euro.

Lees het uitgebreide artikel over Jumpstart en de diverse systemen en leveranciers in Melkvee, uitgave december 2017.

Zesde Actieprogramma Nitraatrichtlijn: onderzaai, vanggewas en rijenbemesting

De komende jaren hebben maistelers op zand- en lössgronden nog te maken met strengere regels. Het zesde Nederlandse actieprogramma betreffende de...

Lees verder

Humuszuren verlagen dosering bestrijdingsmiddelen

DLV Advies en Vitens werken samen aan de vermindering van het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de snijmaisteelt. In 2018-2020 wordt gekeken of door...

Lees verder

Meer nieuws

Om u beter van dienst te kunnen zijn, maakt DLV Advies gebruik van cookies. Door op "Akkoord" te klikken of door gebruik te blijven maken van deze website, gaat u akkoord met het plaatsen van deze cookies. Lees meer over hoe wij cookies gebruiken in ons Privacybeleid