Stapsgewijs naar ‘kringloopboeren’ met drie w’s

Publicatiedatum: 15 april 2022

Al tien jaar werken Jan en Conny Graveland stapsgewijs aan kringlooplandbouw. In 2010 kwam er minder eiwit in het rantsoen, in 2014 werd KAS vervangen door kunstmest zonder nitraat en sinds 2020 wordt er helemaal geen kunstmest meer gebruikt. Een decennium lang de kracht van de bodem en het vee als leidraad nemen, zorgde onder meer voor gezondere koeien en een betere benutting van de eigen mest. Jan: “Eigenlijk is kringloopboeren heel eenvoudig door de drie W’s: weiden, weinig eiwit in het rantsoen en water bij de mest.”

De melkproductie is na 2010 weliswaar gezakt van 9.000 liter naar zo’n 7.500 liter, maar de gehaltes zijn gestegen: het vetgehalte met circa 0,4% naar 4,55% en eiwit met circa 0,25% naar 3,65%. De melk is dus ‘dikker’ geworden. Het streven is om de koeien zoveel mogelijk gras en restproducten te voeren. Het gras wordt het liefst vers gevoerd: de koeien weiden meer dan 3.000 uur per jaar. “Sinds 22 maart 2022 zit het bedrijf in de transitie naar biologisch”, vertelt Edith Finke, adviseur Mest en Mineralen bij DLV Advies en gecertificeerd agrarisch bedrijfs(BAS)-adviseur. Zij begeleidt Jan en Conny in deze omschakeling. “Voor de prognose naar biologische melk heeft Jan met € 0,10 prijsverschil gerekend ten opzichte van de gangbare melk. De kosten voor krachtvoer zullen stijgen, maar grotendeels wegvallen tegen de aankoop van ruwvoer en de perspulp. Ondanks dat er minder koeien gehouden gaan worden, zou het financiële resultaat volgens de prognose ongeveer hetzelfde moeten zijn."

1e stap: Kringlooplandbouw, minder eiwit in het rantsoen

In 2010 stapten Jan en Conny over op minder eiwit in het rantsoen. Toen enige tijd later de klauwbekapper kwam, maakte deze een opmerking over de harde klauwen van de koeien. “Door minder eiwit in het rantsoen verbeterde de (klauw-)gezondheid van mijn koeien”, geeft Jan aan. “Een paar jaar later heb ik alle mais vervangen door perspulp om zo weinig mogelijk humane producten aan het vee te voeren. Ik streef naar een eiwitgehalte in het rantsoen van 15% en een ureum van maximaal 16, maar eigenlijk wil ik dat nog verder omlaag brengen.”

2e stap: Minder kunstmest

In 2014 besloten Jan en Conny over te stappen op kunstmest zonder wateroplosbare zouten (nitraat) vanwege de negatieve invloed hiervan op het bodemleven. Twee jaar geleden stopten ze helemaal met kunstmest. “Ik heb de kunstmestgift en de grasopbrengsten vanaf 2009 uit de KringloopWijzer eens in een grafiek gezet”, vertelt Jan. “Ik zag geen verband en vroeg me af waarom ik nog kunstmest gebruikte. Dit is het derde jaar zonder kunstmest en ik zie sindsdien dat het gras lichter van kleur is geworden. Verder zie ik geen effecten, ook niet op de melkproductie. Men zegt wel dat donkergroen gras beter is, maar ik vraag me af of dat wel zo is. Bij het maaien lijkt de opbrengst soms tegen te vallen, maar bij het balen maken valt het dan reuze mee. Het droogt blijkbaar minder in.”

Toelichting: R2 (R-kwadraat) geeft aan welk gedeelte van de variatie in de ene variabele door de andere wordt verklaard. Een lage R2-waarde geeft aan dat er weinig verband is tussen de variabelen.

De verdunde drijfmest dient Jan in kleine giften toe (max. 15 m3/ha) met zijn zelf ontwikkelde sleepstangsysteem in combinatie met een baggerspuit. De machine is door één persoon te bedienen en in dezelfde werkgang wordt direct water/bagger over de mest gesproeid. Het idee is dat de benutting dan maximaal is en het gras schoongespoeld wordt.

Inspiratie

De inspiratie voor maatregelen haalt Jan onder meer uit de Utrechtse projecten waar hij aan deelneemt. “Op een gegeven moment kwam ik in een projectmatige studiegroep met gelijkgestemden; een combinatie van gangbare en biologische boeren. Vanuit het project ‘Koolstofkringlopen’ stroomden we door naar ‘Natuurlijke veehouderij’ en binnenkort gaat een aantal van ons weer verder in ‘Verdienen met duurzame melkveehouderij’. Omdat je elkaar en de projectleider Edith goed kent, neem je sneller iets over.”

3e stap: Biologisch

De bedrijfsvoering van Jan en Conny kwam steeds dichter bij een biologische bedrijfsvoering. Ze hebben een aantal jaren de tijd genomen om te bedenken hoe ze de stap naar biologisch daadwerkelijk konden zetten. “Door de intensiviteit, bijna 2,5 koeien per hectare, zagen we de ruwvoervoorziening als knelpunt”, vertelt Jan. “Ik klopte daarvoor aan bij Staatsbosbeheer. Zeven hectare grond van Staatsbosbeheer grenst namelijk aan ons land en ik wilde in natuurbeheer droge koeien en pinken gaan weiden. Helaas wilde Staatsbosbeheer niet meegaan in het plan, mede omdat we geen biologische bedrijfsvoering hadden. Een andere optie was samenwerking met een akkerbouwer voor mestafvoer en aanvoer van voer. Financieel gezien was dat redelijk aantrekkelijk. Toch hebben we deze stap niet gezet, omdat we de afhankelijkheid van een ander te kwetsbaar vonden. Ook de hoeveelheid benodigde transportbewegingen vonden we niet passen bij biologisch boeren.”

'Groeien' van 60 naar 40 koeien

“In de zomer van 2021 bedachten we wat er zou gebeuren als we zelfvoorzienend worden qua ruwvoer door minder koeien te gaan houden? Dat betekende dat we van 60 naar 40 melkkoeien zouden moeten ‘groeien’. Hiervan heb ik een prognose gemaakt. Dit bleek financieel goed uit te kunnen. Na wat sparringsessies met Edith en onze accountant, hebben we besloten deze stap in 2022 te zetten. Mentaal is dit een hele stap, maar omdat aan de studiegroep Natuurlijke veehouderij ook biologische boeren deelnemen, kon ik van dichtbij zien wat het betekent om biologisch te gaan boeren en dat maakte de stap makkelijker. Op papier verandert er voor mij van alles nu we hebben besloten biologisch te gaan werken, maar in de bedrijfsvoering verandert er eigenlijk niet veel.”

4e stap: Toekomst

Jan heeft nog steeds de wens tot natuurbeweiden waarin hij een toegevoegde waarde voor de ondergrondse en bovengrondse biodiversiteit ziet. Ooit hoorde hij iemand zeggen: Als je kleine dingen wilt veranderen, moet je andere dingen gaan doen. Als je grote dingen wilt veranderen, moet je anders gaan denken. Naar de mening van Jan gaat boeren vanuit de kringloop alleen werken als het past bij je manier van denken. “Maar je hoeft niet in één keer om te schakelen, neem kleine stapjes. Wij zijn ook al ruim 10 jaar kleine stapjes aan het zetten en kijk waar we nu staan ten opzichte van toen!”

Meer weten?

Wil je meer weten over het verduurzamen van je bedrijf of over een biologische bedrijfsvoering, neem dan contact op met een van onze adviseurs. Voor meer informatie over het Utrechtse project ‘Verdienen met duurzame melkveehouderij’ kun je terecht bij Paul Blokker en Edith Finke.

De projecten Natuurlijke veehouderij Utrecht en Verdienen met duurzame melkveehouderij worden mogelijk gemaakt door steun van de provincie Utrecht en het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling: Europa investeert in zijn platteland

 

Aandacht voor het bouwplan bij grondruil

Samenwerking tussen akkerbouwer en veehouder kan beide partijen voordeel opleveren. Door de grondruil kan de akkerbouwer meer aardappelen verbouwen en...

Lees verder

Eco-regeling: winterveldbonen, kruidenrijk gras en rietzwenk bij mais op klei

De GLB-pilot Kringloop Noordelijke Kleischil is gericht op het ontwikkelen en testen van regionale inspirerende voorbeelden van kringlooplandbouw. Op 14...

Lees verder

Meer nieuws

Om u beter van dienst te kunnen zijn, maakt DLV Advies gebruik van cookies. Door op "Akkoord" te klikken of door gebruik te blijven maken van deze website, gaat u akkoord met het plaatsen van deze cookies. Lees meer over hoe wij cookies gebruiken in ons Privacybeleid