Weideganger Van den Bosch: "Koeien buiten is gewoon een mooi gezicht"

Publicatiedatum: 11 januari 2019

Vijftien jaar stonden de melkkoeien van de familie Van den Bosch binnen. Sinds hij is begonnen met weidegang staan de droge koeien buiten. De melkkoeien volgden afgelopen jaar. Robert van den Bosch wil niet anders meer. Advies kreeg hij onder andere van weidecoach Ton Derks van DLV Advies.

Soms gaan dingen al jaren hetzelfde en heb je een buitenstaander nodig om je erop te wijzen dat het ook anders kan. Dat was het geval op het melkveebedrijf van Robert van den Bosch in het Brabantse Wintelre. In 2002, toen nog in maatschap met Roberts ouders, werd een nieuwe stal gebouwd. "De oude stal voldeed niet meer: te weinig ruimte en de koeien werden te groot voor de ligboxen." De nieuwe open front stal werd achter de oude ligboxenstal, waar het jongvee naartoe verhuisde, gezet. "Toen de koeien eenmaal in de nieuwe stal stonden, zijn ze nooit meer buiten geweest. De afweging was het arbeidsgemak en beter kunnen voeren", vertelt de melkveehouder, die zo’n negentig koeien melkt.

Starten met weiden

Van den Bosch vond het altijd al een mooi gezicht, koeien in de wei. Maar pas toen er vijf jaar geleden een nieuwe adviseur het erf opstapte, werd er een zaadje geplant. "Die man zei meteen: waarom zijn die koeien niet buiten? Tja, waarom eigenlijk niet?" Aan de bedrijfsomstandigheden lag het niet: een 2x10 melkstal, 27 hectare huiskavel, het kavelpad en de waterleiding die er nog lagen. "Toen ben ik wel gaan nadenken", beaamt de melkveehouder, die eerst de gok nam met de droge koeien.
‘Achter de stal heb ik een stukje van zo’n 20 bij 15 meter afgezet met buizen en stroomdraad. Daarin gaan steeds de nieuwe droge koeien en vaarzen, voordat ze de wei in mogen. Zo kunnen ze wennen aan de weidraad met stroom.’ Van den Bosch heeft voor deze groep een uitloop gecreëerd naar een hectare gras. ‘Ze moeten wel naar buiten, want daar moeten ze drinken. Ze gaan bijna het hele jaar naar buiten, zolang het netjes kan. Natuurlijk wordt het op een gegeven moment de inloop van de weide drassig. Maar als je daar niet tegen kan, moet je geen koeien buiten houden", stelt hij lachend.

Dwingen gras te eten

Omdat het zo goed beviel met de droge koeien, besloot Van den Bosch begin vorig jaar om ook de melkkoeien te gaan weiden. Hiervoor heeft hij ook kennis opgedaan door mee te doen aan de farmwalkgroep "Startende weiders" via stichting Weidegang, die wordt begeleid door weidecoach Ton Derks van DLV Advies.
In april was het zover. Eerst weer in een kleiner, omheind stuk achter de stal. "Het scheelde dat veel koeien in de droogstand al buiten waren geweest. Maar er zijn er altijd wel een paar die de draad even voelen." De melkveehouder had zijn hele familie ingeschakeld. "Het was toch wel spannend, die hele koppel naar buiten. De koeien deden tien minuten gek, maar er was er niet één die door het draad ging."
Wel moesten de koeien echt gras leren eten, aldus Van den Bosch. "De eerste maanden heb ik de draad dichtgehouden, zodat ze niet terug de stal in konden. Je moet ze dwingen om gras te eten. Daarom gaf ik minder ruwvoer en haalde binnen twee weken een paar kilo brok eraf." Door de omschakeling daalde de productie dat eerste jaar wel wat. ‘We zaten rond de 9.500 liter en eindigden op 8.800 liter. Maar we moesten vorig jaar ook meer gras voeren, omdat er in 2016 minder mais was ingekuild."

Resultaten boven verwachting

Dit jaar zijn de resultaten boven verwachting, vindt Van den Bosch. "We zitten over de 10.000 liter. We hebben weinig last van de hitte gehad. Op warme dagen melkte ik extra vroeg en liepen de eerste koeien om kwart over zes buiten. In de loop van de middag kwamen ze weer binnen. Ik heb wel ventilatoren in de stal gehangen." De melkveehouder hoefde niet extra bij te voeren, maar was wel druk met beregenen. "De wei moet natuurlijk wel groen blijven, dor gras vreten de koeien niet. Dat is gelukt, de grasopname was dit jaar beduidend beter dan vorig jaar."

Graslandmanagement

Sowieso ben je als weidende melkveehouder drukker met grasmanagement, ontdekte Van den Bosch. "Het begint al met afrastering zetten. Dat moest ik echt leren", lacht hij. "Ik heb de grote percelen omheind met afrastering en werk binnenin met prikpaaltjes. Dat werkt goed. Ook ben ik begonnen met gras te meten. De meetstok was daarbij erg handig, je moet echt gevoel ontwikkelen voor de juiste graslengte. En voorheen kwam de loonwerker kunstmest strooien, terwijl ik nu vaker kleine beetjes kunstmest en zout zelf strooi als de koeien weer in of uit een perceel zijn."

Voordelen diergezondheid

Het weiden is dus wat meer werk, maar de voordelen wegen ruimschoots op tegen de nadelen, vindt Van den Bosch. "De vruchtbaarheid is beter, evenals het opstarten na de droogstand. We hebben minder lebmaagverdraaiingen en koeien die aan de nageboorte blijven staan. Beweging is gezond en goed voor het beenwerk. Bovendien vind ik het zelf een mooi gezicht, die koeien buiten. Voorheen kwam ik maar sporadisch in de wei, nu elke dag in het seizoen. Je moet toch zorgen dat het gras lekker blijft, de graslengte goed houden, op tijd kunstmest strooien. Ik heb er best wat werk mee, maar het levert ook wat op. Ik twijfel geen moment of ik doorga met weiden; ik vind het eerder jammer dat het seizoen al voorbij is."

Roterend standweiden: altijd vers gras

Van den Bosch kiest voor roterend standweiden. Volgens Derks is roterend standweiden populair. "Met iedere dag vers gras is de wei een lokkertje voor de koe. Het systeem vraagt relatief weinig arbeid ten opzichte van stripgrazing en een eenvoudige structuur. En het is goed voor de grasopname."

Deelnemen aan studiegroep weiden

Wilt u ook starten met weiden? Vanaf voorjaar 2019 gaan, onder leiding van onze weidecoaches, weer studiegroepen ‘nieuwe weiders’ van start. Voor de ervaren weiders starten weer farmwalkstudiegroepen. Bij de farmwalks zijn ervaren weiders met en zonder melkrobot welkom.

De weidecoach komt bij nieuwe, geïnteresseerde weidegangers langs voor een gratis oriëntatiebezoek over de mogelijkheden om te weiden. Hierna beslist u of u meedoet aan een begeleidingstraject voor de opstart van de beweiding. Zo ja, dan wordt een beweidingsplan opgesteld. Daarna volgen groepsbijeenkomsten bij verschillende deelnemende bedrijven die ook beginnen met weiden. Tijdens die periode is er ook aanvullend individueel advies. 
Ton Derks, adviseur rundvee en weidecoach: “Tijdens de bijeenkomsten leren de ondernemers ook hoe ze hun grasvoorraad moeten managen en hoe ze om moeten gaan met de melkstal of de combinatie van een robot en weidegang. We leren ook van elkaar tijdens deze dagen. We nemen bij elke bijeenkomst een kijkje bij een ander bedrijf en geven de bezochte veehouder tips voor optimalisatie.”

De deelnemers aan de groep nieuwe weiders worden gesubsidieerd door Stichting Weidegang, waardoor de eigen bijdrage beperkt is.

Wilt u meer kennis over beweiding of heeft u interesse in een studiegroep? Neem dan contact op met één van onze onderstaande weidecoaches. 

Regio Zuid: Ton Derks, Arnoud Bink
Regio Oost: Sjoerd Roelofs, Marc Strikkeling
Regio Noord: Albert-Jan Bos, Ap van der Bas

Dit artikel is verschenen in Nieuwe Oogst.

Zesde Actieprogramma Nitraatrichtlijn: onderzaai, vanggewas en rijenbemesting

De komende jaren hebben maistelers op zand- en lössgronden nog te maken met strengere regels. Het zesde Nederlandse actieprogramma betreffende de...

Lees verder

Humuszuren verlagen dosering bestrijdingsmiddelen

DLV Advies en Vitens werken samen aan de vermindering van het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de snijmaisteelt. In 2018-2020 wordt gekeken of door...

Lees verder

Meer nieuws

Om u beter van dienst te kunnen zijn, maakt DLV Advies gebruik van cookies. Door op "Akkoord" te klikken of door gebruik te blijven maken van deze website, gaat u akkoord met het plaatsen van deze cookies. Lees meer over hoe wij cookies gebruiken in ons Privacybeleid